Herlings mist minstens 3 GP’s, AMA Nationals als alternatief!

Herlings mist minstens 3 GP’s, AMA Nationals als alternatief!
Decrease Font Size Increase Font Size Text size Print

In een interview met de NOS heeft Jeffrey Herlings aangegeven dat hij nog minstens drie GP’s aan de kant zal blijven. Hoewel het herstel van zijn gebroken voet voorspoedig verloopt, zal de revalidatie nog zeker tot eind april duren. Hiermee moet ‘The Bullet’ noodgedwongen een kruis maken over de verlenging van zijn MXGP wereldtitel…

Dat die voetbreuk veel erger is dan initieel geopperd, was al langer duidelijk.  Zowel Herlings als zijn team, Red Bull-KTM, legden laatste weken vooral de nadruk op een volledig herstel.”Het was mijn eigen fout. Ik ben zelf gevallen en kan niemand wat verwijten. Mensen zeiden dat ik misschien wat minder hard moest trainen, maar ik ben toch doorgegaan. En soms gaat dat ook goed, want vorig jaar leverde dat 17 zeges op in 19 races,” liet Jeffrey verstaan.


In hetzelfde interview gaf Herlings aan dat het moeilijk zou zijn om zich op te laden voor individuele GP zeges zonder kans om de wereldtitel te veroveren. Hierdoor komen, zoals hij al eerder suggereerde, de Lucas Oil AMA Pro Motocross Nationals alsnog in beeld. Als hij fit is zouden de Amerikaanse outdoors een optie zijn.”Dat is inderdaad een optie. Ik sta er zeker voor open. Maar alleen als ik dan weer helemaal fit ben, me goed kan voorbereiden én in staat ben om voor de titel te rijden.”

De gesprekken hierover zullen de komende weken verder gaan in Oostenrijk. In de wandelgangen klonk het al langer dat veel van zijn sponsors zeker gewonnen zouden zijn voor Herlings’ deelname aan de AMA Nationals. Na zijn demonstratie twee jaar geleden tijdens de AMA Pro Motocross finale in Ironman MX (Indiana) zijn Jeffrey’s Amerikaanse collega’s vast minder happig. Zie hier hoe ‘the Bullet’ de Amerikanen in 2017 compleet overklaste. Het Amerikaanse seizoen begint op 18 mei in Hangtown, Californië. Wordt vervolgd!

Lees hier het volledige interview en bekijk de video.

Foto’s: Gino Maes, Simon Cudby

Uw reacties