Published On: 16 maart 2026

Nadat het WK al passeerde in Argentinië mogen ook de EMX-klassen er aan beginnen dit weekend in Andalusië, waar het een nat weekend belooft te worden.

De nevencategorieën EMX250 en EMX125 krijgen opnieuw een lang en duur seizoen voorgeschoteld met maar liefst twaalf en tien wedstrijden. Beide finales worden gehouden in Turkije. Het lijkt quasi onmogelijk om het volledige EMX-seizoen te rijden als je niet in een team met fabriekssteun zit of een enorm budget hebt. Als je bijvoorbeeld in België of Nederland woont, zit je qua te rijden kilometers nog best goed. Maar er moet nog steeds zo’n 17.000 km afgelegd worden voor slechts vier wedstrijden (Andalusië, Letland, Portugal, Turkije). Hierdoor ben je waarschijnlijk een zestal weken van huis. Alleen al het regelen van een monteur voor de trainingsdagen in die periode is aartsmoeilijk als niet-fabrieksrijder.

Die EMX250-klasse biedt vaak mooie en spannende wedstrijden, maar toch… Door het hoge niveau dat gehaald wordt aan de top van deze klasse, is ze in mijn ogen ietwat overbodig, althans in de huidige vorm. Het houdt mijns inziens geen steek om twee aparte categorieën met dezelfde cilinderinhoud in hetzelfde GP-weekend te organiseren. Schaf deze klasse af en voeg een kwalificatierace – of op z’n minst een tijdtraining – in voor hen. Zoals gebruikelijk is met de aparte tijdtrainingen in de MXGP-klasse tussen fabrieks- en gelegenheidspiloten wanneer er meer dan 40 deelnemers zijn. De top 10 van de EMX250 is snel en getalenteerd genoeg om in de MX2 te rijden. Zo krijg je een vol starthek van hoge kwaliteit, desnoods enkel in de GP’s op het Europese continent. Er rijden piloten in het WK MX2 omdat ze op die manier zeker zijn van een startplek op zondag, die in de EMX250 niet eens door de kwalificaties zouden geraken. Een hiaat in het systeem.

Dit is sportief bekeken. Financiën spelen uiteraard ook een rol. Een seizoen MX2 kost meer – véél meer – dan een seizoen EMX250. Uit ervaring bij teams uit de Europese categorieën en/of de privéteams blijkt dat een moeilijke keuze gemaakt moet worden. Ofwel voor een gedeeltelijk MX2-seizoen of een volledig EMX250-seizoen rijden. De tuningkosten die gepaard gaan met MX2 die een groter probleem vormen dan de kosten van het deelnemen als wildcard. Dat komt doordat veel rijders in EMX250 niet over het zogenaamde “A-pakket” beschikken wat betreft tuning, wat absoluut noodzakelijk is in MX2 (plus, als je als wildcard deelneemt bij GP’s in de buurt, bespaar je veel geld op reisdagen en reiskosten bij de EMX250-rondes die over gans Europa plaatsvinden). Er zijn ook piloten die de voorkeur geven aan EMX250 of EMXOpen boven wildcard-optredens in het WK. De reden? Het is voor velen blijkbaar erg moeilijk om gemotiveerd te blijven wanneer er tot het uiterste gevochten moet worden om misschien een punt te halen op circuits die je liggen en op andere circuits zelfs niet in de buurt komt van punten. EMX plus een paar wildcards rijden is voor hen prima. Geen EMX en meer wildcardoptredens hebben duidelijk niet de voorkeur voor de meeste piloten.

De sportieve vooruitblik dan. De nummers 1 en 2 van vorig seizoen in de EMX250 – Jānis Reišulis en Noel Zanócz – zijn verkast naar de MX2. De nummer 3, Francisco García, die dé man was van de tweede seizoenshelft in 2025, blijft nog een jaartje extra. In de gaten te houden dus. Verder blijven ook onder andere Liam Owens, Gyan Doensen, Nicolai Skovbjerg, Jake Cannon, Mads Fredsøe, Lyonel Reichl, Adrià Monné, Simone Mancini, August Frisk, William Askew, Alexis Fueri, Maximilian Ernecker en Elias Escandell aantreden in deze klasse. Met een jaar meer ervaring zullen ook zij er alles aan doen om zo hoog mogelijk te eindigen.

Dan zijn er nog de piloten die de overstap maken van de EMX125, en dat zijn er dit jaar heel wat. Van de top tien van vorig seizoen stappen de eerste acht over: Nicolò Alvisi, Mano Faure, Filippo Mantovani, Niccolò Mannini, Dani Heitink, Jēkabs Kubuliņš, Francesco Bellei en Jarne Bervoets. Dan volgen nog Áron Katona – die tot zijn blessure een tijd aan de leiding van het klassement stond –, Douwe Van Mechgelen, Cole McCullough, Vencislav Toshev, César Paine Díaz, Ian Ampoorter, Dean Gregoire, Andrea Roberti, Michael Conte, Félix Cardineau en Jayson van Drunen. U begrijpt: het wordt dringen vooraan in deze klasse. Ook Maxime Lucas, Emile De Baere en Harry Seel vonden onderdak bij een team en lijken het volledige kampioenschap te gaan betwisten.

En serieuze leegloop dus in de EMX125, waardoor het koffiedik kijken is wie de handschoen zal opnemen. Riccardo Pini, Sleny Goyer, Bertram Thorius, Ryan Oppliger, Gennaro Utech en Levi Townley lijken op het eerste zicht de dienst te zullen uitmaken. Vooral Townley zal berust zijn op eerherstel na zijn langdurige blessure vorig seizoen. De talentvolle Oostenrijkers Ricardo Bauer en Moritz Ernecker zullen ook stappen hebben gezet na vorig seizoen al enkele flitsen te hebben getoond. Rafael Mennillo, de wereldkampioen 85cc van vorig jaar, is nieuw in deze categorie.

Mijn persoonlijke “dark horse”: de Fransman Liam Bruneau, die vorig seizoen als wildcard in Ernée vlotjes als vierde eindigde in de daguitslag en het ook meer dan behoorlijk deed tijdens het FIM Juniors MX World Championship.

Van Belgische zijde merken we hier Seth Priem en Torre Van Mechgelen op. Voor Priem moet dit het jaar van de doorbraak gaan worden in deze klasse, na een eerder teleurstellend 2025. Hopelijk meer geluk voor hem dit seizoen. Voor de jongste Van Mechgelen is alles nieuw en wordt het hoogstwaarschijnlijk een leerjaar.