Zondag wordt in Reet “Op de Klak” de titel bij VLM Inters 500 beslist. Na negen wedstrijddagen leidt Nolan Cordens met 402 punten, Brent Aerden (MC De Stroeckxvrienden) volgt op één punt.
De tweevoudige MX2-kampioen stond het hele seizoen achter. Na 12 juli bedroeg zijn achterstand nog negentien punten, maar met vijf zeges op rij in de tweede reeks bracht hij het verschil terug tot het kleinst mogelijke. MXMag sprak hem enkele dagen voor de ontknoping.
Je was er afgelopen weekend tijdens de drukbezochte race in Lummen niet bij. Jouw broer Enzo reed er wel heel sterk. Was het een bewuste keuze om Lummen te skippen en om Reet zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden?
Brent Aerden: “Voor een optimale voorbereiding is veel gezegd. Het zou gewoon stom zijn om in de laatste race voor de finale nog een blessure op te lopen waardoor ik niet op mijn best zou zijn voor de finale. Daarom dus een weekend zonder competitie, ik ben gewoon gaan trainen op zondag.”
Het is één punt. Maakt de vorm van de dag het verschil, of spelen het verloop van het kampioenschap en het circuit ook mee?
Aerden: “Ik denk vooral dat de sterkste gaat winnen. Je kunt wel een paar scenario’s bedenken, maar het wordt wie zich het best heeft voorbereid en, met maar één punt verschil, wie het kalmst blijft. Door stress kunnen sommigen wat verkrampen, dat kan allemaal. Ik geniet er wel van, ik vind het leuk zo een rechtstreeks duel om de titel met een miniem verschil. Zeker met wat stressige momenten: als sportman is het wel tof dat het zo uitdraait. Ik heb de titel al twee keer gepakt in de MX2, maar dat was altijd met veel punten voorsprong. Dat is toch heel anders dan hoe ik nu naar Reet trek.”

Was de titel in de 500 dit jaar een doel, of bleek gaandeweg dat het erin zat?
Aerden: “Dat was op zich altijd een doel, maar ik ben in de eerste proef zwaar gevallen en had daarna nog een keer pech. Dus dan had ik het eventjes laten liggen. Maar ik rij altijd de EMX Open wedstrijd in Lommel en de Keuheuvel mee en in de periode daarvoor train ik zo hard dat ik op het einde van het seizoen altijd heel goed ben. Door de laatste wedstrijden te winnen, kom ik nu op één punt. Nu is het natuurlijk volle gas om die laatste wedstrijd toch nog te winnen.”
Was er een moment waarop je dacht: het zal niet voor mij zijn dit jaar?
Aerden: “Die val in de eerste proef viel nog te herstellen, denk ik. Maar daarna stond ik aan de kant met startproblemen in Retie, eb moest ik een andere motor pakken waardoor ik heel veel punten verloor. Toen dacht ik wel: gaat dat nog lukken? Maar we zijn wedstrijd per wedstrijd, proef per proef blijven gaan. Ik won twee proeven, kwam ineens dichtbij en toen wist ik: als ik die races nog win, dan kan het nog.”
Je hebt beide al meegemaakt. Is het anders om een voorsprong te verdedigen dan om te jagen, zoals nu op Nolan?
Aerden: “Ik heb het hele seizoen achter gestaan, dus ik kan alleen maar winnen. Hij kan eigenlijk alleen maar verliezen, dus mentaal kan dat misschien wel iets doen. Maar ik denk dat we allebei dik in orde gaan zijn, en dan wint de sterkste.”

Je broer Enzo rijdt ook mee. Is dat een troef als hij ertussen kan komen, of is dat supporterspraat?
Aerden: “Ik heb wel geluk dat ik met mijn broer rij. Stel dat ik val en het zou moeten, dan laat hij mij voor. Ik ken hem, hij gaat dat doen. Maar het is niet dat we daar iets over afspreken. We komen allebei ook goed overeen met Nolan.”
Als hij tussen jullie komt, pakt hij Nolan wel extra punten af.
Aerden: “Klopt. Als ik op kop lig en hij is tweede, dan gaat hij wel proberen om tweede te blijven.”
Jij en Nolan kennen elkaar door en door. Zoveel weekenden dicht bij elkaar gereden, jij won negen reeksen, Nolan acht.
Aerden: “Dat we elkaar kennen, is wel duidelijk. Nolan, is gewoon een heel sterke en complete rijder. Ik denk: de sterkste zal winnen en de vorm van de dag beslist. Dat de beslissing in Reet valt is ook heel speciaal. In principe is het ook een goede ondergrond voor mij Alleen is het nu heel droog, het gaat daar veel harder zijn dan anders. Maar ik vind het een heel chic parcours, een hele speciale cross.”
Komt er zondag extra volk mee, familie en supporters?
Aerden: “Dat wel. Mijn klasgenoten komen allemaal kijken, en de grootouders ook, denk ik. Er gaat wat extra volk zijn.”

Wat doet stress normaal met jou? Overtref je jezelf dan, of is het afwachten hoe je ermee omgaat?
Aerden: “Mijn broer zegt altijd dat ik heel goed ben als ik onder stress sta. Toen ik naar die Europese wedstrijden toeleefde, had ik ook altijd redelijk wat stress, en dan piek ik meestal wel. Dit is natuurlijk nog een andere situatie, die heb ik nog nooit meegemaakt. Maar als alles meevalt en ik kan het onder controle houden, dan ben ik meestal op mijn best onder stress.”
Wat zou het betekenen om voor het eerst de titel in de 500 te pakken?
Aerden: “Vrij veel. Ik ben iemand die heel veel doet qua fysiek, ik train er heel hard voor. Dat je dat dan kunt afmaken, zeker zoals nu met één punt, dat is echt heel spannend. Ik denk dat mensen onderschatten wat ervoor nodig is om vooraan te rijden in je amateurbond. Vroeger zat iedereen ’s avonds nog in de tent, maar die tijd is voorbij. Nu trainen we gelijk een prof.”
Met wie train je?
Aerden: “Ik heb net mijn eigen motorcross-school opgericht, maar ik heb ook getraind bij David Cools.”
Een titel is dus ook wat promotie voor je zaak?
Aerden: “Als je het goed doet, zien de mensen dat natuurlijk. Wie mij volgt, weet dat ik heel hard train. Een nieuwe titel zou nog schoon zijn voor mijn pagina en voor mijn coaching.”
Tekst: Tom Jacobs
Foto’s: MX Grietje











