Published On: 14 oktober 2026

Er zijn sporten die zichzelf naar de verdoemenis helpen. Niet omdat er geen talent meer rondloopt, niet omdat het publiek massaal afhaakt, maar omdat ze onderweg vergeten dat een sport meer nodig heeft dan rijders, motoren en een starthek.

De motorcross heeft een probleem. Een serieus probleem zelfs. Bij de JMS-VLM-federatie klinkt een noodkreet om het voortbestaan veilig te stellen. Er is dringend vers bloed nodig in de bestuurskamer. De mensen die de boel vandaag rechthouden, hebben privé zware klappen gekregen. En minstens één van hen heeft er schoon genoeg van om vanuit een leidinggevende functie voortdurend de gebeten hond te zijn.

Je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat een mens daar op een dag de brui aan geeft.

Een federatie besturen is tenslotte geen hobby waarbij je op zondagmorgen even de handen uit de mouwen steekt en tegen de middag met een trofee naar huis rijdt. Het is organiseren, bellen, regelen, discussiëren, beslissingen nemen en proberen iedereen tevreden te houden. Dat laatste is bij voorbaat een verloren wedstrijd.

Want vrijwilligers zijn tegenwoordig blijkbaar een soort publiek bezit. Iedereen heeft recht op een mening, liefst luid verkondigd, maar de handen uit de mouwen steken? Dat is voor een ander.

De gebeten hond zoekt een vervanger

Dat de maatschappij verruwt, is geen nieuws. Dat die verruwing ook de motorcross bereikt, hoeft evenmin te verbazen. Maar dat maakt het niet minder kwalijk.

We willen dat alles blijft draaien. We willen wedstrijden, kampioenschappen, vergunningen, tijdschema’s, uitslagen en een federatie die op elk moment klaarstaat. Alleen hebben we soms weinig zin om na te denken over de mensen die dat allemaal mogelijk maken.

En als die mensen dan eens een beslissing nemen waarmee niet iedereen het eens is, mogen ze het blijkbaar meteen ontgelden.

Wie denkt dat hij daarmee iets oplost, heeft het niet helemaal begrepen. Je jaagt de mensen weg die je nodig hebt. En wanneer ze vertrokken zijn, kun je op Facebook nog zoveel gelijk proberen te halen als je wilt. Daar wordt geen enkele wedstrijd meer door georganiseerd.

De motorcross heeft nieuwe bestuurders nodig. Maar wie meldt zich nog aan voor een functie waarin je veel verantwoordelijkheid krijgt, weinig dankbaarheid mag verwachten en bij de eerste tegenwind de volle laag krijgt?

Precies.

Tekst gaat verder onder foto

Zelfs een Belgische overwinning is niet goed genoeg

De voorbije weken zag ik het opnieuw op sociale media. Artikels over de overwinning van het Belgische team in de Motocross of Nations lokten reacties uit die weinig met sport te maken hadden. Kranten en Sporza moesten het ontgelden. Er werd gescholden op de boodschapper, terwijl die net berichtte over een prestatie waar de motorcrossgemeenschap trots op mocht zijn.

Je moet het maar kunnen: een historische sportieve prestatie meemaken en vervolgens vooral kwaad zijn op de media die erover berichten.

Natuurlijk mag je kritiek hebben op de aandacht die een sport krijgt. Natuurlijk mag je vinden dat de motorcross meer ruimte verdient. Maar wie journalisten uitscheldt omdat ze niet schrijven wat jij graag zou lezen, maakt de kans niet groter dat ze morgen nog eens over je sport berichten.

Het is een merkwaardige vorm van zelfbeschadiging. Je klaagt dat niemand naar je omkijkt en geeft vervolgens iedereen die wél kijkt een reden om het niet meer te doen.

En dan is er de vaste klaagzang. Je kunt er bijna de klok op gelijkzetten. Zodra ergens iets over motorcross verschijnt, duikt ze op: ‘Dit terwijl ze onze sport dood pesten in België.’

Dat slachtofferschap begint stilaan een discipline op zich te worden.

Er is veel om boos over te zijn in de motorcross. Het verlies van trainingscircuits is daar een uitstekend voorbeeld van. Maar wie voortdurend in de Calimero-rol kruipt, maakt zichzelf kleiner dan nodig. Uit de gedachte ‘arme, arme ik’ is zelden iets groots geboren.

En voor alle duidelijkheid: het probleem is niet overal in België identiek. In Wallonië is er een parcours bijgekomen. Wie het over de huidige situatie heeft, doet er dus goed aan het probleem niet zonder onderscheid over het hele land uit te smeren. De strijd om trainingsmogelijkheden is in Vlaanderen bijzonder nijpend. Dat is op zichzelf al erg genoeg.

Sporza is niet de baas over de tv-rechten

Ook de verontwaardiging over de televisie-uitzendingen verdient wat nuchterheid.

Waarom zond Sporza de Motocross of Nations niet live uit? Waarom konden we de wedstrijd niet gewoon op een Vlaamse openbare zender bekijken?

Omdat televisierechten geen grabbelton zijn waaruit elke zender naar believen kan putten. Play Sports beschikt over de rechten. Dat heeft gevolgen voor wat andere Vlaamse zenders kunnen aanbieden.

Je hoeft dat niet leuk te vinden. Je mag het jammer vinden dat een groot sportmoment niet op de zender van je voorkeur te zien is. Maar de boodschapper uitschelden verandert de contractuele afspraken niet.

Soms is de uitleg minder spectaculair dan de verontwaardiging. Dat is geen reden om de uitleg dan maar te negeren.

Tekst gaat verder onder foto

Honderd circuits werden er twee

En toch. Wie denkt dat alle woede over de toestand van de motorcross uit de lucht komt vallen, vergist zich.

In de jaren negentig telde Vlaanderen naar schatting een honderdtal motorcrosscircuits. Van gedoogde omlopen tot volwaardige, vergunde trainingsparcoursen. In ongeveer één op de drie dorpen kon je destijds wel ergens terecht om met een crossmotor te rijden.

Vandaag zijn er nog twee trainingscircuits over.

Twee.

Je hoeft geen wiskundige te zijn om te begrijpen dat daar iets fundamenteels veranderd is. Een sport die ooit op veel plaatsen een vanzelfsprekend onderdeel van het lokale verenigingsleven was, moet nu vechten voor de schaarse vierkante meters waarop ze nog terechtkan.

In de strijd om die ruimte duiken geregeld milieubewegingen en actiecomités op. Ze benadrukken dat ze de motorcross niet willen kapotmaken, maar zien de sport liever niet in hun eigen omgeving. Dat spanningsveld is begrijpelijk: omwonenden willen rust, terwijl crossers ruimte nodig hebben om hun sport te beoefenen.

Alleen is de uitkomst intussen wel bijzonder pijnlijk. De trainingsmogelijkheden zijn in Vlaanderen bijna volledig verdwenen.

Wie dat verdriet wegwuift, hoeft niet verbaasd te zijn wanneer de frustratie zich opstapelt. Voor veel crossers gaat het niet om een abstract dossier of een discussie over ruimtelijke ordening. Het gaat om hun hobby, hun sociale leven, hun kinderen en soms om een traditie die al generaties meegaat.

Maar begrip voor die frustratie betekent niet dat iedere reactie daarom aanvaardbaar is.

Acht bossen en een hoop gemiste kansen

Neem Red de Motorcross. Samen met BOS+ werden acht zogenaamde CO₂-bossen aangeplant. Dat initiatief was niet bedoeld als een publiciteitsstunt om een discussie te winnen. Het moest tonen dat de motorcrosssector bereid is om mee verantwoordelijkheid te nemen voor natuur en klimaat.

Dat lijkt me een argument dat vaker en verstandiger gebruikt mag worden.

Niet als een magische kaart waarmee elk bezwaar meteen van tafel moet, maar als bewijs dat samenwerking mogelijk is. Wie de motorcross verwijt geen oog te hebben voor natuur, moet bereid zijn om ook initiatieven te bekijken die vanuit de sector zelf komen.

Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden om bestaande terreinen anders te benutten. Wat als sommige voormalige circuits opnieuw een beperkte trainingsfunctie zouden krijgen, specifiek voor jeugdklassen zoals 50cc, 65cc, 85cc en 125cc?

Dat is geen garantie op succes. Vergunningen, geluid, locatie en de impact op de omgeving blijven belangrijke kwesties. Maar het is wel een piste die een ernstig gesprek verdient.

In de discussie over geluid wordt bovendien vaak gewezen op de viertaktmotoren, die inmiddels al meer dan twintig jaar een vaste plaats in de motorcross hebben. Als geluid een doorslaggevend bezwaar vormt, moet je bereid zijn om ook te onderzoeken welke oplossingen technisch en praktisch haalbaar zijn. Een debat waarin niemand nog naar oplossingen zoekt, is geen debat meer. Het is een loopgravenoorlog.

En daar schiet niemand iets mee op.

Bedreigen is laf. Schelden is dom.

De reacties op de sociale media van de Limburgse Milieukoepel waren op sommige momenten ronduit beschamend. Bedreigingen zijn absoluut not done. Punt. Wie iemand bedreigt omdat die een andere mening heeft over motorcross, heeft geen argument meer. Hij heeft alleen nog een probleem.

Tegelijk begrijp ik de woede van de crossers. Wie jarenlang ziet hoe de mogelijkheden om zijn sport te beoefenen verdwijnen, voelt zich op den duur niet meer gehoord. Wanneer je vervolgens opnieuw leest dat ergens bezwaar wordt gemaakt tegen motorcross, kan de emmer overlopen.

Dat verklaart de emotie. Het rechtvaardigt niet elke uitspatting.

Er is bovendien een praktisch bezwaar tegen dat online spierballengerol: het werkt tegen de sport.

Wie op sociale media scheldt, dreigt en mensen verwenst, helpt de tegenstander aan precies het beeld dat hij van de motorcross wil ophangen. Niet iedereen die bezwaar maakt tegen een circuit is een milieuterrorist. Niet iedere crosser is een lawaaimaker.

Maar als je jezelf online gedraagt als een ongeleid projectiel, maak je het wel heel gemakkelijk om de hele gemeenschap over dezelfde kam te scheren.

Wil je reageren? Doe dat dan met argumenten. Vertel over die acht bossen. Leg uit hoeveel trainingsmogelijkheden verdwenen zijn. Vraag waarom jeugdtraining op voormalige circuits niet opnieuw bespreekbaar zou kunnen worden. Breng cijfers, voorstellen en concrete oplossingen aan.

Dat vraagt iets meer moeite dan iemand voor alles en nog wat uit te schelden. Het levert doorgaans ook meer op.

Wie houdt de motorcross straks nog recht?

Er zijn dus twee problemen die we niet door elkaar mogen halen.

Aan de ene kant is er de structurele achteruitgang van de motorcross in Vlaanderen. Het verlies aan circuits, de moeilijke vergunningstrajecten en het gebrek aan ruimte voor jonge rijders zijn geen verzinsels. Daarover moet een ernstig gesprek worden gevoerd, met de sector, de overheid, omwonenden en milieuorganisaties.

Aan de andere kant is er de manier waarop we met elkaar omgaan. De sport heeft vrijwilligers nodig, bestuurders, organisatoren en mensen die bereid zijn om hun vrije tijd op te offeren. Die mensen zijn niet onuitputtelijk. Ze hebben een privéleven, een gezin, een job en, jawel, ook een grens.

De noodkreet van JMS-VLM zou daarom veel meer moeten zijn dan een oproep om een paar nieuwe namen in de bestuurskamer te krijgen. Het is een waarschuwing voor de hele gemeenschap.

Je kunt niet blijven verwachten dat dezelfde mensen de boel overeind houden terwijl je ze ondertussen het leven zuur maakt. Je kunt niet klagen over te weinig media-aandacht en tegelijk journalisten wegjagen. Je kunt niet eisen dat de motorcross meer begrip krijgt en vervolgens iedere tegenstem behandelen als een vijand die vernietigd moet worden.

En je kunt niet verwachten dat er morgen nog circuits zijn als je vandaag elk gesprek onmogelijk maakt.

De motorcross heeft ruimte nodig. De federaties hebben mensen nodig. De sport heeft bondgenoten nodig.

Misschien moeten we daarmee beginnen.

Niet met de volgende scheldpartij. Niet met de zoveelste klaagzang. Niet met de illusie dat de wereld ons iets verschuldigd is.

Maar met mensen die bereid zijn om de handen uit de mouwen te steken, argumenten die hout snijden en een beetje respect voor wie het anders ziet.

Want het zou toch bijzonder wrang zijn als de motorcross eerst haar circuits verloor en vervolgens, uit pure frustratie, ook de mensen wegjoeg die nog probeerden de sport overeind te houden.

Dan zijn we niet alleen onze terreinen kwijt.

Dan hebben we het ook zelf gedaan.

Tekst: Matthias Van Eeckhoven – Foto’s: A.I. CoPilot || Samo Vidic / Red Bull Content Pool