Published On: 9 januari 2026

Jason Anderson is een rijder die zijn carrière altijd op gevoel heeft gebouwd. Gevoel voor de motor, voor competitie en voor Supercross. Zijn band met Suzuki gaat ver terug, naar een periode waarin het merk in de Verenigde Staten synoniem stond voor succes en uitstraling. In die tijd was de keuze snel gemaakt wanneer Suzuki zich meldde, ongeacht welke andere merken interesse toonden.

“Als Suzuki je belde, dan was dat gewoon het hoogste niveau. Iedereen wist dat Suzuki een powerhouse was. Als zij je wilden, en twee andere merken ook, dan ging je met Suzuki. Zo simpel was het.”

Die connectie is nooit verdwenen. Na een fase waarin Suzuki minder zichtbaar was aan de top, koos Anderson er bewust voor om mee te bouwen aan de heropstanding van het merk. Met een stabiel technisch platform en een ervaren crew werd de motor stap voor stap verder ontwikkeld, zonder grote omwentelingen, maar met duidelijke vooruitgang. “Het platform is al een tijdje hetzelfde, maar het werkt gewoon. Met de mensen die we rond ons hebben – Larry, Twisted Development, Jamie, Mark voor de ophanging – hebben we een groep die weet hoe je een motor ontwikkelt tot een race-winnende machine.”

Supercross blijft ondertussen de plek waar Anderson zich het meest levend voelt. De start, het geluid van de tribunes en de chaos richting de eerste bocht blijven hem motiveren, zelfs na al die jaren in het kampioenschap. “Ik hou ervan om aan de start te staan. De fans, het lawaai, die eerste bocht… dat gevoel blijft gewoon iets speciaals. Dat is waarom ik nog altijd race.”
Winnen is voor Anderson geen kwestie van cijfers of records. Het draait om emotie, om het moment zelf, en om het pure gevoel dat volgt wanneer alles samenvalt. “Ik jaag niet op een winst- of podiumrecord. Ik jaag op dat gevoel. Dat moment waarop je wint en de vlammen afgaan, dat is een ziek gevoel. Ik heb dat al vaak mogen meemaken en ik wil het gewoon opnieuw doen.”

Ken Roczen heeft ook aan het Suzuki-project extra kracht gegeven. Anderson benadrukt hoe bijzonder het is om eindelijk samen te rijden met iemand die hij zelf tot de absolute wereldtop rekent. Buiten de motor is de sfeer ontspannen, wat ook op sportief vlak zijn weerslag heeft. “Ik ben nog nooit in een team gezeten met een andere echte A-lister. Met Ken is dat anders. We kunnen goed met elkaar opschieten, samen eten, gewoon wat rondhangen. Dat maakt het racen zoveel leuker.”

Op de baan blijft de onderlinge strijd eerlijk en open. Beiden weten dat de rollen van weekend tot weekend kunnen wisselen, en dat die concurrentie het team alleen maar sterker maakt. “Er zullen weekends zijn dat hij beter is dan ik, en weekends dat ik beter ben dan hem. We hebben al goeie gevechten gehad en dat zal zo blijven. Het belangrijkste is dat we samen Suzuki op het podium zetten.”

Anderson kijkt ook met een realistische blik naar zijn positie in het huidige Supercross-veld. De sport is veranderd en het niveau ligt hoger dan ooit tevoren. Waar vroeger een beperkt aantal rijders het kampioenschap domineerde, is de concurrentie vandaag veel breder en jonger. “We zijn nu met tien man die kunnen winnen. Vroeger zag je gasten stoppen op 26 of 27 jaar. Nu zijn we met Kenny, Eli en mezelf 32 en we zijn er nog altijd. Maar tegelijk heb je jongens als Jet, Chase en Hunter. Het niveau is echt anders.”

Toch voelt Anderson dat hij nog niet klaar is. De leeftijd mag dan een factor zijn, de motivatie en het vuur zijn er nog steeds. “Ik begrijp de realiteit van mijn leeftijd, maar ik voel dat ik het nog in me heb. Ik wil op het podium staan, top vijf rijden, top drie rijden en op goede avonden meedoen voor de winst. Die honger is er nog altijd.”

Jason Anderson mag dan één van de ervaren rijders in het veld zijn, hij weigert zich neer te leggen bij een bijrol. Zolang de wil om te vechten blijft, zal hij blijven jagen op dat ene gevoel dat hem ooit verliefd maakte op Supercross.