Ze zijn pas negentien, rijden voor Red Bull KTM en maken de halve GP wereld gek van jaloezie. Voor de Belgische mediadag maakten Lucas en Sacha Coenen tijd voor ‘n ongedwongen babbel.
In tegenstelling tot Jago Geerts en Liam Everts geen live aanwezigheid in Lommel voor de Coenens. De verzamelde media kregen de crossende tweeling wel via een Teams-meeting te zien én te spreken vanuit Rome waar hun team De Carli Racing is gevestigd.

De spreekwoordelijke opwarmer van het interview kwam er via een spervuur aan korte vragen. Daarbij kwam ook voetbal aan bod als onderwerp. Leuke sport, nogal populair naar het schijnt, maar Lucas en Sacha liggen er blijkbaar niet het minst van wakker. “Wie wint dit jaar de Champions League?” Antwoord van Lucas: “De wat?”
Hilariteit alom maar misschien was de verbinding niet helemaal correct. Of kan het de broers écht geen bal schelen! Over naar de orde van de dag dus.
Het WK begint op 7 en 8 maart in Argentinië. Hoe staat het met de voorbereiding?
Lucas Coenen: “Niet slecht. We hebben veel getest met de motor, dat was echt de focus van de winter. Het was belangrijk om de motor goed te finetunen en te begrijpen wat we nodig hebben. Naast het rijden hebben we fysiek ook veel op de fiets getraind. De motor voelt in ieder geval goed aan.”
Sacha Coenen: “Ik heb midden in de voorbereiding nog een armbreuk gehad, maar dat viel uiteindelijk goed mee. Een week en half rijtijd heb ik verloren, niet meer. Dan ben ik er meteen voluit ingegaan. Het rijden gaat goed, ik voel me goed, en ik denk dat ik klaar zal zijn voor Argentinië.”

Argentinië is dit jaar een nieuw circuit op de kalender. Voordeel of nadeel?
Lucas: “Een voordeel, eigenlijk. Als de baan nieuw is, is iedereen gelijk. Niemand kent ze, niemand heeft een voordeel. Dat maakt het juist leuk.”
Sacha: “Zolang de nieuwe baan ook leuk is om te rijden. (lacht) Maar nieuwe circuits hebben altijd iets spannends!”
Sacha, op het einde van vorig seizoen was jij onbetwist de snelste rijder in MX2. In het laatste derde van het kampioenschap was jij dé te kloppen man. Hoe ga je die lijn doortrekken?
Sacha: “Het was goed, maar niet perfect. En dat is precies waarom ik dit jaar een stap verder wil zetten. We hebben de winter gebruikt om dingen te vinden die beter konden, zowel met de motor als in mijn eigen rijden. Er zijn details gevonden, dingen die we hebben verbeterd. Ik denk dat we een goede start kunnen maken.”
Zie je jezelf als titelkandidaat, naast titelverdediger Simon Längenfelder en Liam Everts?
Sacha: (korte pauze, dan een grijns) “Ja, dat zou je kunnen zeggen. (richt zich op) Ik ga voor de titel. Dat is het doel. Punt!”

Lucas, je rijdt je tweede MXGP-seizoen. Vorig jaar kroonde je jezelf meteen tot vicewereldkampioen achter Romain Fèbvre — als rookie. De verwachtingen liggen nu nog hoger. Verandert dat iets voor jou mentaal?
Lucas: “Eigenlijk niet. Ik ga naar de wedstrijd en ik doe mijn ding. Wat de mensen verwachten, dat kan ik toch niet controleren. Ik weet wat ik kan. Als ik het beste van mezelf geef, dan ben ik tevreden. En als dat genoeg is voor de titel, dan is dat heel mooi!”
MXGP is nog nooit zo sterk geweest de voorbije twintig jaar. Acht wereldkampioenen aan de start. Intimideert dat?
Lucas: “Eigenlijk niet. Ik vind dat zelfs mooi. Als er veel goede rijders zijn, dan maakt één slechte race minder verschil. Als ik een goeie dag heb, weet ik dat ik vooraan rij. Als ik een mindere dag heb, probeer ik slim te rijden en toch te scoren. Een vierde plaats is dan ook goed. Het gaat om het totaalplaatje.”
Je bent vorig jaar gestart met polsblessures in Argentinië. Heb je je ooit afgevraagd hoe het geweest zou zijn zonder die blessure?
Lucas: “(lacht) Nee, uiteindelijk heeft het me ook helemaal geen parten gespeeld. Nu denk ik daar totaal niet meer aan. Ik ben topfit.”

Als MXGP-rookie was je vorig jaar voor velen een verrassing. Nu verwacht iedereen meer van jou. Voel je die druk?
Lucas: “Ik voel het niet als druk. Ik heb vorig jaar laten zien wat ik kan. Nu weet ik wat de klasse inhoudt, ken ik de banen beter, heb ik meer ervaring. Dat is alleen maar een voordeel. Ik ben klaar!”
Je stapte heel snel over op de 450. Veel mensen hadden daar twijfels bij, maar je hebt duidelijk je gelijk bewezen. Had je al vóór die overstap een duidelijk gevoel van “dit moet me liggen, dit moet kunnen”? En wat was het spannendste moment: de eerste training op een 450, of die eerste Grand Prix?
Lucas: “Ik wist eigenlijk van meet af aan dat ik er zou staan. Ik had tegen KTM gezegd: als ik niet op de 450 in het WK mag rijden, dan vertrek ik naar Amerika! Ik geloofde er volledig in. Bij de tests heb ik me volledig gefocust op de motor, alles fijngesteld, en ik voelde meteen dat het klopte. Mensen zagen die stap misschien als een beetje zot — ze dachten dat het te vroeg was — maar ik denk dat ik nu bewezen heb dat ze het mis hadden!”

Vorig jaar was er ook heel wat tumult rond jullie beiden. Er was veel aandacht omwille van jullie prestaties, het feit dat jullie tweeling zijn, het rumoer rond Lucas Mirtl die zich opwierp als vertrouwenspersoon en in opspraak kwam, jullie atypische ambities richting Amerika… Hoe slagen jullie erin om rustig te blijven en te focussen op de sport als er zoveel rondom jullie gebeurt?
Lucas: “Eigenlijk is dat simpel: we hebben er gewoon niets mee te maken. We proberen er niet te veel bij stil te staan. Wij zijn bezig met onze motor, met ons team, met onze familie. Wat er buiten die cirkel gebeurt, heeft geen invloed op ons. We gaan ons niet uitspreken over dingen waar we zelf niets van weten. Het heeft ons zeker niet van ons stuk gebracht.”
Sacha, jullie hebben jaren rechtstreeks tegen elkaar gestreden — op training én in competitie. Sinds vorig seizoen rijden jullie voor het eerst in verschillende klassen. Is dat een verademing, of mis je toch iets?
Sacha: “Het is zeker leuk, maar het is anders. Op training rijdt Lucas op de 450 en ik op de 250, dus je rijdt niet meer letterlijk naast elkaar zoals vroeger. Maar die drive om de ander bij te houden, die verdwijnt nooit. We pushen elkaar nog steeds. Op training voel je dat nog altijd. En in competitie rijden we nu in aparte klassen, dus die vergelijking bestaat niet meer. Maar die directe strijd — ik mis dat toch wel een klein beetje, ja.”

Jullie hebben allebei jullie contract bij KTM verlengd. Hangt daar een Amerika-plan aan vast?
Lucas: “Zeker. Amerika is het doel. Supercross. Dat staat vast. Wanneer precies, dat gaan we zien. Maar de richting is kristalhelder.”
Sacha: “Ja, dat is het plan voor ons allebei. Eerst hier het werk doen, dan naar Amerika!”
Na de MX of Nations zijn jullie in de VS gebleven. Ook om supercross te rijden. Hoe ging dat?
Lucas: “Klopt, dat was een oogopener. We hebben supercross gereden, de sfeer opgesnoven. Je wéét dat het groot is — maar als je er echt bent en ziet hoeveel mensen er naartoe komen… dan snap je het pas echt. (grijnst) Ik heb me ingehouden om er niet te lang te blijven, anders was ik bijna niet meer teruggekomen!”
Sacha: “(lacht) Dat klopt. Het was goed om te zien. En het maakt je hongerig.”
Door te blijven rijden na de MXoN en te proeven van supercross werd het wel meteen een heel lang seizoen, Lucas?
Lucas: “Dat was op zich heel speels. Gewoon een manier om kennis te maken, ons te amuseren, het contact met de motor te houden en de ideale gelegenheid om eens iets anders te proberen. Amusement stond voorop.”

Betekent jullie einddoel dat er tijdens het seizoen ook supercross-sessies worden ingepland?
Lucas: “Nee, tijdens het seizoen staat motocross centraal. Aan het einde van het jaar, als het kampioenschap gedaan is, kijken we naar supercross. Maar tijdens het seizoen focussen we volledig op de GP’s. Anders doe je twee dingen halfslachtig, en dat werkt niet.”
Jullie worden weleens vergeleken met de broers Lawrence — Jett en Hunter. Hoe groot is het verschil met hen?
Lucas: “Het verschil is niet zo groot. Ze zijn absolute wereldtop, maar ze zijn ook wat ouder en meer ervaren. Je kan altijd bijleren natuurlijk.”
Ook voor Team Belgium in de Motocross of Nations ziet de toekomst er goed uit.
Lucas: “Zeker, als team hebben we met zijn drieën laten zien dat we niet zo ver af meer zijn. Als we alle drie die laatste stap kunnen zetten dan behoren we tot die toplanden waar Australië nu ook toe behoort. Om ze te verslaan is nog wat anders natuurlijk!”
Tekst: Tom Jacobs
Foto’s: JP Acevedo











