Op 4 & 5 april wordt de eerste manche van de ADAC MX Masters gereden in Grevenbroich. Dat wedstrijdje wil ik nog wel eens mee pikken. Al is het maar om naar mijn favoriete Duitse crosser te gaan kijken. Sinds Max Nagl vorig jaar – eerder ook al wel – spontaan naar de VLM openingscross kwam met zijn zoontje vindt ik hem een geweldige kerel, helemaal ‘down to earth’ met beide voeten op de grond. Inzake ouderdom behoort hij tot de oude generatie. Inzake ambitie nog minstens een jaar een jong veulen.
Een interview dringt zich op……
De vergelijking met een goede wijn, die beter wordt naarmate hij rijpt, dringt zich op bij Max Nagl. De 38-jarige miste vorig seizoen op een nieuwe motor en in een nieuw team net zijn zesde titel en is hongeriger dan ooit. Hij wil voor Triumph het eerste kampioenschap in de ADAC MX Masters veiligstellen. Na een goede voorbereiding is hij vol vertrouwen voor het nieuwe seizoen en in dit interview onthult hij of dit zijn laatste raceseizoen als professioneel coureur zal zijn.
Hoe verloopt de voorbereiding op het ADAC MX Masters-seizoen 2026?
Max Nagl: “De voorbereiding verloopt heel goed en ik ben tevreden. Ik ben de hele winter gezond gebleven, dat is altijd het belangrijkste, en ik kon dit jaar wat eerder beginnen aan de voorbereidingswedstrijden. Met de motor loopt alles naar wens en we maken in de ontwikkeling steeds stappen vooruit. Er komen nog meer updates voor de motor aan, die ik tijdens de volgende voorbereidingswedstrijd in Oss (Nederland) zal testen.”
Was de voorbereiding rustiger door het tweejarige contract met Dörr Motorsport?
“Absoluut, het was makkelijker dan vorig jaar. Toen was het een compleet nieuw project en kwamen de motoren en speciale onderdelen pas erg laat binnen. Toen ik vorige winter in Spanje was, moest ik nog trainen met een standaardmotor omdat er simpelweg nog geen materiaal was. Voor deze winter was alles al klaar en kon ik deels de motoren van vorig jaar gebruiken. Daarom was het nu allemaal wat meer ontspannen.”
Een korte terugblik op seizoen 2025: Heb je de titel verloren of de tweede plaats gewonnen?
“Terugkijkend op 2025 is alles oké. Natuurlijk had ik liever de titel gepakt, maar ik ben ook tevreden met de tweede plaats als je de omstandigheden bekijkt: we hadden een nieuw team, een nieuw project en een nieuwe motor; dat was niet altijd even makkelijk. Er zijn achter de schermen ook veel dingen gebeurd die het publiek niet heeft meegekregen. Er zat veel werk in en het heeft soms wat punten gekost. Maar zo gaat dat in de motorsport, daar hielden we rekening mee en daarom was ik niet verdrietig over die tweede plek. Voor seizoen 2026 staan we er beter voor en ik wil overduidelijk weer voor de titel strijden.”
20 jaar na je eerste ADAC MX Masters-titel doe je nog steeds mee om het kampioenschap. Wat is het recept voor zo’n lange carrière en wordt dit je laatste seizoen?
“Mijn carrière is eigenlijk nog veel langer (lacht). Maar als je ziet dat 2006 mijn eerste ADAC MX Masters-titel was en ik in 2026 weer om de titel kan vechten, dan is dat inderdaad een lange tijd. Het is niet altijd makkelijk en het wordt elk jaar moeilijker. Ik leef erg gezond en gedisciplineerd, van de voeding en training tot aan de regeneratie. Dat zijn allemaal zaken die erbij horen om de sport op mijn leeftijd nog op zo’n hoog niveau te kunnen beoefenen. Ik word dit jaar 39. Velen zeggen dat ik door moet gaan tot mijn 40e, maar of ik dat doe, weet ik niet. Momenteel beslis ik van jaar tot jaar. Mijn tweejarige contract met Triumph loopt dit jaar af. Ik voel me momenteel goed, ik ben gemotiveerd en ik heb plezier in wat ik doe. Zolang dat het geval is, kan ik deze sport blijven doen. Maar er komt een punt waarop het fysiek misschien niet meer gaat of het plezier wegvalt, en dan is het tijd om te stoppen. Maar daar ben ik nu nog niet. Ik wil dit seizoen zo goed mogelijk rijden en ga me pas in de nazomer, wanneer de onderhandelingen beginnen, bezighouden met wat ik in de toekomst ga doen.”
Wat zijn je voor- en nadelen ten opzichte van de jongere concurrentie?
“Een voordeel is natuurlijk mijn ervaring. Ik weet precies hoe ik me op de races moet voorbereiden, wat ik moet doen tijdens de training en hoe alles verloopt. Je bent ook wat rustiger tijdens de races en niet meer zo zenuwachtig. Wat echter ontbreekt, is de explosiviteit (‘Spritzigkeit’). Dat betekent dat het bij de start en in de eerste ronden niet makkelijker op is geworden, en dan specifiek de kwalificatie. Dat was sowieso nooit mijn sterkste punt en dat is over de jaren heen alleen maar lastiger geworden. Ik heb daar veel over gesproken met mijn voormalige trainer. Hij heeft me tips gegeven hoe ik mijn training op mijn leeftijd kan aanpassen om dat een beetje tegen te gaan. Maar uiteindelijk is het biologie: je wordt meer en meer een ‘diesel’. Hoe langer de race duurt, hoe beter ik word, maar de sprintkwaliteiten nemen simpelweg af. Dat moet ik ergens anders compenseren. Dat is de moeilijkste taak voor mij.”
Wie worden de sterkste tegenstanders in het nieuwe seizoen?
“Dat zal vergelijkbaar zijn met vorig jaar. Roan van de Moosdijk en de gebruikelijke namen van de afgelopen twee jaar zijn er allemaal weer bij. Misschien komen er nog mensen zoals Talviku bij, of nieuwe rijders uit Zweden en Noorwegen. Omdat we voornamelijk zandwedstrijden hebben, zijn zij daar natuurlijk erg sterk. We moeten het gewoon afwachten; echt iets zeggen kun je pas na de eerste race.”
Naar welk evenement kijk je het meeste uit?
“Ik verheug me het meest op Bitche in Frankrijk. Een vrij nieuw circuit op de kalender is altijd leuk omdat het weer eens iets anders is. De lay-out bevalt me; het is meer een harde baan, maar dan met een zandondergrond. Dat maakt het rijden erg zwaar omdat er extreem grote en diepe gaten ontstaan, maar daar houd ik van. Ik rijd eigenlijk op alle circuits graag, behalve Gaildorf; dat is de laatste jaren altijd een probleem voor mij geweest. Maar ook daar heb ik over nagedacht en ik ga dit jaar iets nieuws proberen. Of dat uitpakt, zullen we pas tijdens de race zien.”
Is er iets veranderd aan je programma?
“Wat er technisch gezien is veranderd ten opzichte van vorig jaar, is dat we ons nu meer op de prestaties (performance) konden richten in plaats van op de betrouwbaarheid, om de motor nog beter op mij af te stemmen. Mijn motor zal dit jaar wat meer vermogen hebben en aan het chassis hebben we via de achterbrug wat aanpassingen gedaan. Daarnaast werk ik nu samen met ORS Suspension, waarmee we al flinke vooruitgang hebben geboekt aan de vering. Dat zijn van die details die mij als rijder echt helpen. Ik heb dit jaar ook een andere racemonteur. Thuis is echter alles hetzelfde gebleven: ik heb dezelfde trainingsmonteur, de fysieke voorbereiding is hetzelfde; eigenlijk is alles zoals altijd.”
All credits: ADAC.











