Ducati en het team van Louis Vosters verlengden hun samenwerking tot eind 2029. Tijdens het persmoment in Arnhem beantwoordden Paolo Ciabatti, algemeen manager van Ducati Corse Off-Road, en teameigenaar Louis Vosters een uur lang vragen van de aanwezige pers.
Het werd een open gesprek, waarmee Ducati zich onderscheidt van de collega-fabrikanten, die zich in het WK motorcross doorgaans veel terughoudender opstellen. Het ging over Romain Febvre, de rijdersbezetting van volgend jaar en de ontwikkeling van de Desmo450 MX, maar ook over de staat van de MXGP en zelfs over MotoGP.

Zowel Vosters als Ciabatti waren in topvorm. Voor wie de baas van het Ducati-offroadprogramma nog niet kende, werd het een aangename kennismaking. De charismatische Italiaan boekte met Ducati niet alleen heel wat sportief succes in de MotoGP, hij maakte door de jaren heen ook een pak fans. Gisteren ontdekte de MX-wereld nog maar eens waarom.
De komst van Romain Febvre
Andy McKinstry (Gatedrop): Jullie hebben Romain Febvre voor twee jaar vastgelegd. Hoe hard kijken jullie uit naar de samenwerking? Het is pas jullie derde jaar en jullie halen meteen een wereldkampioen binnen — hoe groot is dat?
Louis Vosters: “We kijken er echt naar uit om met hem te werken. En hij wil ook duidelijk naar Ducati komen. Hij is gemotiveerd om naar Ducati te komen en om samen met het merk en met het team resultaten te boeken. Maar vooral: hij wil iets speciaals doen. Dat is zijn grootste motivatie, en dat is races winnen en misschien kampioenschappen.”
Pascal Haudiquert (Moto Verte): Je was met Wilvo één van de sponsors van Romain toen hij aan zijn GP-carrière begon. Hoe voelt het om volgend jaar opnieuw met hem samen te werken?
Vosters: “Dat is echt speciaal, want toen was hij nog heel, heel jong. Maar ik zal het niet vergeten. Ik denk dat het in 2014 was, hij brak zijn kuitbeen [Red: Dit was in april 2013, toen Romain een dubbele kuitbeenbreuk en een gescheurde band in de binnenenkel opliep op training in Genk] En toen hij terugkwam, voor de eerste race in Ernée, was hij echt bang om weer op de motor te stappen. Hoe hij zich sindsdien ontwikkeld heeft, hoe hij een sterke kerel geworden is, een vechter — het is ongelooflijk. Ik kijk er echt naar uit, want met Febvre heb je een echte vechter in huis.”
Adam Wheeler (VitalMX): Vorig jaar zagen we bij Jeffrey en Tim dat ze na hun teamwissel pas in januari op de motor konden. Weten jullie al of Romain meteen na de Nations kan beginnen testen, of moeten we tot januari wachten?
Paolo Ciabatti: “Nee, gelukkig loopt zijn contract — net als de contracten die wij met onze rijders hebben — af op het einde van het kampioenschap. Los van eventuele promotionele activiteiten die je als rijder voor de teamsponsors moet doen. Maar in principe is hij vrij om de motor ongebrand te rijden. Hij is Monster-atleet tot het einde van het jaar, denk ik, en wij worden gesponsord door Red Bull. Maar dat is makkelijk te regelen: ongemerkte kledij en helm, een ongemerkte motor, en we kunnen beginnen testen zodra het seizoen voorbij is.”

Stefan Geukens (Motocross Media Promotion Project): Wat was de reden om zo vroeg aan te kondigen dat Romain voor Ducati koos?Ciabatti: “Dat is een persoonlijke mening van mij. Wanneer iedereen in de paddock alles weet en je weet waar een rijder naartoe gaat — iedereen weet het. Waarom zou je het dan geheim houden? Waarom moet je wachten tot het einde van een contract om iets publiek te maken dat iedereen al weken weet? En ten tweede: de sponsors. Sponsors moeten het weten, en we kunnen tegen een sponsor niet zeggen: het is zo, maar we mogen niets zeggen.”
Ciabatti: “Ik moet Kawasaki bedanken, want zij gingen akkoord met wat we in MotoGP en Superbike vaak doen: jij zegt vaarwel en ik zeg welkom. Dat is volgens mij de manier waarop het hoort. Ik begrijp echt niet waarom je het zou laten aanslepen, met mensen die speculeren en artikels schrijven over iets wat iedereen al weet, om het dan publiek te maken op het moment dat het geen nieuws meer is.”
Ciabatti: “Dat is opnieuw mijn persoonlijke kijk, maar het helpt ook om partners en sponsors voor volgend seizoen te benaderen. Dan kan je zeggen: kijk, dit is ons engagement, we gaan door met twee rijders, we houden een jonge belofte en halen er een bewezen kampioen bij. Als je contracten moet vernieuwen en nieuwe partners zoekt, is het makkelijker wanneer het publiek is. Anders moet je altijd onderhandelen met de kledij- en helmpartner en zeggen: hé, dit is onze lineup maar we mogen het niet aankondigen. Ik zie daar eerlijk gezegd geen reden voor. Maar ik kan me vergissen.”
Stefano Taglioni: Heeft Romain al wijzigingen aan de motor gevraagd of niet?
Ciabatti: “Dat is altijd topgeheim. Hij vraagt sowieso veel. Hij is duidelijk een veeleisende rijder, en dat is uiteraard goed. Voor ons is het ook waardevol om iemand als Romain te hebben, met zo’n brede ervaring. Hij heeft zijn eigen uitgesproken ideeën en wensen, maar die ervaring kan alleen maar goed zijn voor het hele project.
Lorenzo Resta (moderator): “Als jullie zijn ogen hadden gezien toen hij zei ‘ik wil de eerste zijn die met deze motor wint’, dan zouden jullie begrijpen hoe gemotiveerd die kerel is.”
Twee rijders in 2027
Ben Rumbold (MXGP-TV): Jullie hebben Romain Febvre en Andrea Bonacorsi voor volgend jaar. Dit jaar begonnen jullie met drie rijders. Is er al een beslissing genomen over een derde rijder?
Ciabatti: “Volgend jaar wordt het zeker met twee rijders. Louis heeft jarenlang met drie rijders gewerkt, dus we zijn dit seizoen met drie begonnen. Maar omdat dit project nog veel werk en ontwikkeling vraagt, en we heel wat nieuwe onderdelen en oplossingen aan het ontwikkelen zijn, denken we dat twee rijders — toch voor volgend jaar — de beste optie is.”
Ciabatti: “Het laat ons toe te focussen. Als we iets hebben waarvan we denken dat het werkt, moeten we het voor twee rijders aanleveren en niet voor drie. Dat maakt soms een verschil, want prototypeonderdelen of nieuwe onderdelen zijn niet altijd in aantal beschikbaar. We wilden de structuur in Nederland ook niet te veel belasten. Met twee rijders werken maakt iedereen rustiger en gefocuster op wat ze moeten doen, zonder te veel stress.”
Rumbold: En het 250-project, blijft dat zoals dit jaar — één in de MX2, één in het EK?
Ciabatti: “We plannen twee rijders in de MX2 en voorlopig geen rijder in het Europees kampioenschap. Zanchi heeft een contract. Jammer genoeg — Zanchi is hier trouwens — was het ongeval op Foxhills heel zwaar. Ik heb net onze dokter gesproken, professor Catani, diensthoofd orthopedie in het Policlinico di Modena, die hem opvolgt. Ik denk dat Ferruccio nu kan beginnen trainen. We willen het niet forceren, want uiteindelijk hebben we in het kampioenschap niets te verliezen en we willen zijn seizoen van volgend jaar niet in gevaar brengen. Maar we zoeken ook nog een tweede rijder voor de MX2.”

Andy McKinstry (Gatedrop): Veel merken pikken jong talent op, zetten het in het EK en laten het daar groeien. Wat is de reden om net niet meer in de EMX250 uit te komen?
Ciabatti: “Dit jaar hebben we een prototype 250 voor Ferruccio en een standaardmotor voor Simone. Het team en de partners van het team willen graag twee rijders in de MX2 zien. En voor ons: de ervaring van dit jaar, met het ongeval dat Ferruccio in het begin van het seizoen tijdens het testen had en nu opnieuw, betekent dat we niemand in het wereldkampioenschap aan de start hebben. Met twee rijders in de MX2 hebben we de kans dat er hopelijk twee, maar in elk geval één rijder in het WK staat.”
Ciabatti: “Daardoor zal het Beddini team zich op de MX2 concentreren. Als er zich met andere teams een kans voordoet voor het Europees kampioenschap — er lopen een paar gesprekken, maar niets concreets op dit moment — dan zijn we meer dan bereid om ook een paar rijders in het EK te zetten. Maar dat zal niet met Beddini zijn, want die gaan definitief naar de MX2, wat trouwens ook het plan was toen we het akkoord tekenden.”
De Desmo450 MX
Paul Malin (MXGP-TV): Dit akkoord voor MXGP loopt tot eind 2029. Waar staan jullie op het vlak van ontwikkeling? De motor werd hier in 2024 onthuld, vorig jaar volgde een volledig seizoen. Welke versie is dit — 1.0, 2.0? Wanneer mogen we de volgende evolutie verwachten, en wanneer zien we die op de baan?
Ciabatti: “Goede vraag. De motor die jullie hier zien is een grondige evolutie van de motor die jullie in 2025 zagen. In 2024, toen we hier de eerste race met Tony reden, was het een volledige prototype: de motor was nog niet in productie, dus alles was prototype. Met diezelfde motor reden we ook met Lupino in het Italiaans kampioenschap. Vorig jaar was het het pre-productiemodel, want we begonnen de motor in juni 2025 te produceren. Op basis daarvan hebben we veel evoluties doorgevoerd. Ik kan niet te veel in detail treden, maar motor, chassis, ophanging — we hebben veel gedaan.”
Ciabatti: “We zijn nog niet volledig tevreden, zoals Louis al zei, en er is nog veel werk en veel ideeën die we aan het ontwikkelen zijn. Soms met de hulp van ons Amerikaanse team. Ik moet eerlijk zijn: op de motorblok zijn we door hen geholpen met een aantal ideeën. Het is een continue uitwisseling van informatie tussen wat we hier doen en wat we in de Verenigde Staten doen (red. met Troy Lee Designs Red Bull Ducati), en dat is volgens mij een goede manier om aan twee parallelle programma’s te werken. De volgende motor? Eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik denk niet voor 2029. Er zal wellicht een modelupdate komen, maar we denken dat er nog veel uit deze motor te halen valt door er gewoon aan te blijven werken zoals we de voorbije maanden gedaan hebben.”
Vosters: “Van mijn kant: de motor is veel beter dan sommige mensen zeggen. De basis is goed, het is een goede motor. Maar de ingenieurs hebben echt hard gewerkt. Ik zei vorige week nog tegen Stefan (red. Geukens) dat we soms zelfs niet kunnen volgen met testen. Het is ongelooflijk, en dat waardeer ik enorm. We kunnen niet in details treden, zoals Paolo zei, maar deze motor is al behoorlijk competitief, echt behoorlijk competitief. Ik ben er nu al heel blij mee. Met enkele kleine aanpassingen hebben we volgend jaar een echt goede motor.”

Stefano Taglioni: Twee jaar geleden begonnen jullie hier met Tony Cairoli, en na twee jaar hebben jullie ook podiums gepakt in de koningsklasse. Maar nu is de volgende stap een rijder die kan winnen. Motorcross is geen MotoGP: de motor is belangrijk, maar de rijder is misschien belangrijker. Voor volgend jaar verwacht iedereen Ducati vaker op het podium.
Ciabatti: “Uiteraard is ons doel om voor podiumplaatsen te vechten, races te winnen en uiteindelijk het kampioenschap aan te vallen. Dat is wat Ducati altijd gedaan heeft in alle kampioenschappen waaraan we deelnamen. Dit ligt een beetje buiten de comfortzone van Ducati, want wij zijn specialisten in wegrace, en de overstap naar motorcross was een gedurfde, moedige zet van het bedrijf. Maar we leren nog altijd veel uit de competitie.”
Ciabatti: “Volgend jaar hebben we Andrea: jong, supertalent, veel potentieel. Dit jaar had hij die ongevallen die de continuïteit in zijn prestaties niet hielpen, maar we denken dat er nog veel ruimte is om te groeien. En naast een bewezen kampioen als Romain staan helpt daar ook bij: een jonge, beloftevolle, heel getalenteerde rijder naast een bewezen kampioen, om het merk te brengen waar we het verwachten.”
Adam Wheeler (VitalMX): Blijven jullie testen zoals nu, en blijft Tony dat werk doen? Komen er nog race-optredens?
Ciabatti: “Er wordt veel getest, zeker de laatste tijd. Tony is echt behulpzaam geweest. Hij is voor de drie races naar de Verenigde Staten gegaan, hij heeft een aantal oplossingen getest en feedback gegeven. Zoals ik zei: informatie kunnen uitwisselen tussen hier en het Amerikaanse team is heel belangrijk. Hij heeft ook deze week getest voor een aantal oplossingen.”
Ciabatti: “En wat racen betreft: dat is aan hem. We weten dat Tony eventueel liever een paar races in de Verenigde Staten doet. Dus we zien wel, het is een open mogelijkheid. Als hij wil, meer dan graag. Ik denk niet dat Tony nog MXGP-races wil rijden, dat is toch wat ik begrijp. Maar wanneer hij een race zou willen doen en hij vindt zichzelf er klaar voor, dan maken we dat mogelijk.”
De staat van de MXGP
Adam Wheeler (VitalMX): Hoe staat motorcross er binnen Ducati Corse voor? Superbike loopt fantastisch, Gigi Dall’Igna (red. Algemeen manager van Ducati Corse) is bezig met de 850cc- motor en in de MotoGP verandert er veel. Hoe wordt MXGP nu bekeken?
Ciabatti: “Toen we het project van een nieuwe off-roaddivisie voor Ducati begonnen, was het plan om 450’s en 250’s te produceren, motorcross en enduro, en spelers te worden in dat marktsegment. En om dat te doen is racen uiteraard het belangrijkste marketinginstrument. We beslisten om vorig jaar in de MXGP te stappen, dit jaar in de MX2, en we zijn dit jaar ook in de Supercross gestapt. Zoals Louis zei zijn we niet volledig tevreden. Ik denk dat er meer in zit en dat er veel werk te doen is.”
Ciabatti: “Aan de ene kant boekt het Amerikaanse programma redelijk goede resultaten, zou ik zeggen. Dylan Ferrandis staat momenteel zesde in de AMA Pro Motocross tussenstand, en Barcia, die dat vreselijke ongeval had in de eerste race in Anaheim, staat nu tiende. En hier hadden we om verschillende redenen die valpartijen. Andrea Bonacorsi raakte in de eerste race geblesseerd met gebroken ribben, en dan was er die vreselijke crash in Kegums. Ook Calvin is de laatste tijd veel gevallen. We hadden dus geen geluk, maar we weten dat er veel werk aan de motor is. We blijven ontwikkelen en hopelijk halen we in de laatste races betere resultaten en zijn we klaar voor volgend jaar.”

Adam Wheeler (VitalMX): Hoe kijken jullie allebei naar de MXGP op dit moment? Er was dit jaar veel volk, een aantal goede evenementen, maar ook circuits die misschien een hoger niveau moeten halen.
Ciabatti: “Er is altijd de positie van de constructeurs en de teams, en de positie van de promotor, en we weten dat het heel moeilijk is om die twee te verzoenen. De promotor heeft minstens negentien, twintig races nodig, en er zijn waarschijnlijk geen twintig circuits van hetzelfde niveau. We hebben daar vaak over gesproken met de andere constructeurs en met de teams, en die zouden misschien gelukkiger zijn met vijftien, zestien manches op een bepaald niveau. Maar ik heb zelf aan de promotorkant gezeten toen ik het WK Superbike beheerde, en ik weet dat een promotor soms verplichtingen heeft die je moet respecteren. Zo is het altijd.”
Ciabatti: “Ik weet dat we dit jaar een aantal heel goede evenementen hadden en andere waar wat vraagtekens bij stonden. We hebben in Lommel een vergadering gehad met de FIM, met David Luongo en Infront en alle andere constructeurs, om de verschillende standpunten op tafel te leggen en te proberen dit kampioenschap te verbeteren. Het is een heel competitief kampioenschap, dit jaar is het niveau echt hoog. Aan de andere kant zijn er ook een aantal zware ongevallen geweest, en dat is ook iets om rekening mee te houden. Ik kan niet meer zeggen, maar ik weet dat we allemaal — en dat was op die vergadering duidelijk — proberen het kampioenschap naar een hoger niveau te tillen. Niet eenvoudig in de huidige omstandigheden.”
Vosters: “Ongeveer dezelfde mening, maar het is niet eenvoudig dat ze dit gaan veranderen. Ik ben het met Paolo eens: vijftien, zestien WK-rondes zou beter zijn, maar dan wel op een wat hoger niveau qua evenementen, qua circuits en qua voorbereiding van de circuits. Maar het is wat het is, en op dit moment moeten we ermee omgaan.”
Ciabatti over wegrace en motorcross
Jan Boer (Moto.nl): Je zit al zoveel jaar in de wegrace en nu enkele jaren in de motorcross. Zie je verschillen?
Ciabatti: “Veel verschillen, ja. Asfalt of geen asfalt in de paddock, vooral. Nee, alle gekheid op een stokje: toen ik een kind was — ik ben 68, bijna 69, even oud als deze oude kerel hier (red. wijzend naar Louis Vosters) — wilden we allemaal wereldkampioen motorcross worden. Dat is wat ik wilde zijn toen ik veertien was. Ik ben beginnen racen met 50cc op lokaal niveau en daarna 125cc. Niet erg goed, veel valpartijen, ik moest stoppen. Maar de motorcross van toen: ik ging als kind kijken naar Roger De Coster en de Italianen Emilio Ostorero en Giuseppe Cavallero. Voor mij was dat mijn eerste passie voor motorsport.”
Ciabatti: “Daarna is mijn leven anders gelopen: de autosector, dan motorfietsen met Ducati, wegrace, WK Superbike en dan MotoGP, behoorlijk succesvol. Maar toen Ducati dit nieuwe project startte en ik contact had met Tony — en niemand geloofde dat Tony zou instappen bij Ducati voor dit nieuwe project — werd ik enthousiast. Dit is iets nieuws, iets dat bijna van nul begint. En door mijn leeftijd is het misschien de laatste kans die ik heb om iets goeds te doen voor Ducati en Ducati ook in de motorcross naar succes te brengen. Die motivatie groeide.”

Ciabatti: “Na de tweede titel met Bagnaia in de MotoGP in 2023 kreeg ik de kans om algemeen manager van Ducati Corse Off-Road te worden. En ik zei: het is nu of nooit. Hopelijk werk ik nog tien jaar, dat weet je nooit, maar op mijn leeftijd hou je het beter bij een driejarenplan dat je probeert waar te maken. Hij heeft een langer plan dan ik, want hij heeft er een jaar bij gedaan: het is nu 2029 geworden.”
Ciabatti: “Het zijn twee verschillende werelden. Hier is veel passie. Als je ziet welke werklast het team en de monteurs tijdens de week hebben, is dat zo anders. De motor is eenvoudiger, je hebt geen vijf monteurs rond de motor nodig om ze te laten werken. Maar aan de andere kant: een MotoGP-monteur vliegt op donderdag in, werkt op het circuit, gaat zondagavond of maandagochtend naar huis en komt terug voor de volgende race. Hier zijn de gasten elke dag bezig met de motor voorbereiden, gaan trainen, de motor schoonmaken, klaarmaken voor het volgende. Het is echt iets waar passie een heel grote rol speelt, meer dan in de huidige MotoGP, die heel goed is maar mogelijk meer zakelijk gericht. Hier is een goede balans tussen veel passie, veel professionalisme en ook wat business.”
Foto’s: Red Bull Ducati Factory Racing, Samo Vidic / Red Bull Content Pool, MXGP











