Published On: 29 oktober 2026

Na negen edities in Zuidbroek en een pauze is Dutch Supercross terug, dit keer in Expo Hal Assen, van 30 oktober tot 1 november. Eén van Nederlands meest bijzondere teams -zeker qua naam- is ook weer van de partij. Team GjV / KdeO / Feestbuske / Frietje on Tour Racing reedt aan met vijf sterke buitenlanders: Calvin Fonvieille en Lucas Imbert en de Nico Koch in de SX1, Killian Pol en de Paul Bloy in de SX2.

De Europese SX-topper Anthony Bourdon moest helaas afzeggen voor Assen maar dat mag de pret niet drukken. Als Team GjV / KdeO / Feestbuske / Frietje on Tour Racing uitrukt, zit de sfeer alvast goed!


Wij spraken Supercrossliefhebber en teammanager Gertjan Vorstenbosch over zijn bijzondere formatie. Een team dat fun én resultaten combineert. Hoewel er stevige concurrentie aan de start staat in Assen met mannen als Maxime Desprey, Ryan Breece en Justin Starling presenteert Gertjan opnieuw heel straffe piloten met ex-Frans SX2 kampioen en tweevoudig ADAC SX2 kampioen Fonvieille en Lucas Imbert (voormalig Prince of Stuttgart en Prince of Dortmund) als belangrijkste uithangborden.

Gertjan, vanwaar jouw passie voor supercross?
Gertjan Vorstenbosch: “Ik heb in de loop der jaren diverse mensen geholpen, en supercross is altijd enorm leuk. Als ik een supercross goed wil regelen, ben ik gewoon een week of drie, vier bezig voor alles op orde staat. We zijn heel klein begonnen, met één of twee rijders, en dit weekend hebben we dus vijf rijders. Bourdon  stuurde me dat hij niet kon komen, blijkbaar is hij geblesseerd.”

Een rijder als Anthony Bourdon, ook al haakt hij nu af, is Europese top. Hoe kom je in contact met zulke jongens? Het gaat ook niet om een volledig kampioenschap, maar om een of twee wedstrijden.
Vorstenbosch: “Als je daarin nieuw bent, moet je natuurlijk eerst de weg nog even kennen. Calvin Fonvieille is er ook weer bij. Hij is al meermaals Frans kampioen geweest. Met zulke rijders heb je het hele jaar door een beetje contact. Komt er dan een wedstrijd aan, dan is het snel rond en hoeven ze niet lang te twijfelen. Het moet wel allemaal samenvallen, met het hotel en dergelijke.”


Hoe ziet jullie teamopstelling eruit in de pits?
Vorstenbosch: “Sinds een jaar of vier hebben we er eeen vriend met een soort podiumwagen komt, en die kunnen we gebruiken voor Assen en voor Goes. Daar hangen doeken met de sponsors aan, en telkens komen er weer mensen bij die graag mee willen doen in het verhaal, omdat we het zo mooi  voor elkaar hebben. We hebben een eigen catering en zeker voor de rijders is alles goed geregeld. Ze voelen zich telkens thuis: ik heb al diverse rijders die verschillende jaren bij me rijden.”

En wat betekent het financieel om zo’n team te bestieren?
Vorstenbosch: “Daarover moet je telkens even overleggen, want brandstof wordt duurder en alles wordt eigenlijk duurder. Als ze hun best doen, krijgen ze wel wat meer natuurlijk. We hebben ook een soort bonussysteem: als ze op het podium komen, krijgen ze extra.”

Elke rijder blijft gewoon op het merk waarop hij normaal rijdt, veronderstel ik?
Vorstenbosch: “In het begin van mijn carrière hebben we een Amerikaan naar hier gehaald, en we hadden toen ook een motor voor hem geregeld. Maar dan ben je echt het hele weekend bezig om dat ding tot in de puntjes af te stellen zoals we dat willen, en vaak lukt dat nog niet eens. We zijn tot de conclusie gekomen dat iedereen beter zijn eigen spullen meebrengt. Ik ben zelf natuurlijk nergens meer aan gebonden, en zo werkt het het best. Ze brengen hun eigen benzine en alles mee, we spreken vooraf een prijs af en die wordt netjes betaald. Dat is voor iedereen het beste: zo rijden ze op vertrouwd materiaal. Ik heb het al druk genoeg met allerlei klusjes. En ik verwacht ook weer heel wat vol!. Er komen altijd mensen even langs bij de stand, en we hebben wat te eten en te drinken.”

De uitstraling van het team, met Frietje on Tour en Feestbuske, is gezellig en sfeervol. Daarmee onderscheiden jullie je allicht van de concurrentie. Hoe belangrijk is presteren dan nog?
Vorstenbosch: “Wat ik belangrijk vind, is dat ze hun best doen en dat ze meedoen vooraan. Ik heb altijd het idee gehad dat iemand die zich comfortabel voelt, tot het uiterste kan gaan. Dan presteert hij in mijn ogen meer dan hij zelf doorheeft. Met voetbal is dat net zo. Ik begeleid een voetbalteam bij mij in de buurt en geef er training. Ik ben daar vorig jaar bij gekomen, en ook daar merk ik: als mensen zich comfortabel voelen, gaat het veel beter. Ze moeten ontspannen hun ding kunnen doen, zonder tegen allerlei problemen aan te lopen. Neem Paul Haberland. Op papier waren er betere rijders, laat ik het zo zeggen. Paul reed al diverse jaren voor mijn team – dit jaar zit hij bij een ander team – maar hij voelde zich ergcomfortabel bij ons. Daardoor kom je op plekken terecht waar we eigenlijk niet op gerekend hadden. We zijn niet favoriet, maar het pakt toch allemaal goed uit. Het gaat ook om een stuk gezelligheid. Iedereen die in het team helpt, komt mee. We doen het met een kleine, vaste groep van mensen en dat werkt tot nog toe prettig. Als we winnen, is het allemaal heel erg leuk. En daarna kunnen we weer een jaar gaan sparen voor de volgende editie (lacht).”

Je zegt het grappend, maar er komt heel wat bij kijken om alles voor die rijders in orde te brengen. Het is niet te vergelijken met een volledig kampioenschap, maar iedereen wil zo goed mogelijk voor de dag komen: de presentatie, de doeken, het eten. Dat loopt toch snel op?
Vorstenbosch: “Ik heb mensen achter me staan die echt van goud zijn. Mijn moeder, bijvoorbeeld. En twee nichtjes, de ene is achttien en de andere zeventien. Zij zorgen ervoor dat iedereen goed eet en het naar zijn zin heeft. Op die mensen kan ik blindelings vertrouwen. Zij doen nu ook de boodschappen, vroeger deed ik dat zelf. Intussen hebben al een stuk of drie, vier teams gevraagd of ze van ons eten gebruik mogen maken. Die erkenning is wel leuk.”

Wat is het hoogtepunt in al die jaren dat je het team runt?
Vorstenbosch: “Met Anthony Bourdon hebben we een paar keer gewonnen, en met Calvin twee of drie jaar in de SX2. Dat zijn dingen die enorm leuk zijn voor het team en voor de mensen die helpen. Dan heb je achteraf een feestje en een gezellig weekend, dat is toch leuk. En er zijn in de loop der jaren mensen bij ons komen aansluiten die zeggen: luister, als jij meer doet, doen wij mee. Die nemen zelf contact op. Dat is wel leuk.”

Het is ook bijzonder dat de Dutch Supercross na zoveel jaren terug is.
Vorstenbosch: “Dat was in Zuidbroek, eigenlijk een andere plek, en nu hebben een paar andere mensen het concept overgenomen. Ik ben een tijdje terug in Assen geweest, want ik moest daar in de buurt een auto ophalen, en ben meteen even gaan kijken. De mensen daar willen er echt voor gaan. Ze zijn nog niet helemaal thuis in de motorcross, maar ik heb het idee dat ze bereid zijn om er iets van te maken. Twee supercrossen zijn natuurlijk beter dan één, en het is altijd leuk om aan beide mee te doen. Misschien kunnen ze in de toekomst een soort competitie opzetten.”

Tekst: Tom Jacobs
Foto’s: Huub Munsters, Beyond Prod