De Motorcross der Naties brengt jaarlijks het kruim van de motocrosswereld samen, maar voor Joël Roelants heeft het evenement vandaag een andere betekenis dan toen hij zelf aan de start stond. In 2009 en 2011 verdedigde hij de Belgische kleuren, sinds 2024 beleeft hij de Naties vanuit een andere rol: als manager van Team Belgium.
In de aanloop naar Ernée praatten we met Joël over de overstap van piloot naar teammanager, de samenwerking met jonge piloten, de impact van een lang seizoen en blessures, maar ook over zijn eigen carrière en de manier waarop hij vandaag naar de risico’s van de sport kijkt.
Joël, het is ondertussen je derde Motorcross der Naties als teammanager van Team Belgium. Zijn er zaken die je misschien hebt onderschat aan de overstap van piloot naar teammanager?
Joël Roelants: “Ik denk niet dat ik echt iets onderschat heb. We weten allemaal dat er veel werk in kruipt. Het contact met de teams doe ik graag, maar het extra werk, zoals sponsors zoeken, ligt mij minder. Vanuit de bond is het budget redelijk beperkt, waardoor we veel zelf moeten financieren. Daar kruipt behoorlijk veel tijd in.”

Je stond zelf twee keer aan de start van de MXoN. Wat begrijp je vandaag beter aan zo’n weekend dan toen je er zelf als piloot stond?
Roelants: “Wat ik vooral onthoud, is dat de Naties een mooie afsluiter van je seizoen zijn. Alle kampioenschappen zijn voorbij en je moet vooral proberen te genieten van het weekend. Rijden voor je land is uiteindelijk toch iets unieks en dat probeer ik ook over te brengen aan de piloten. Er zou eigenlijk geen druk mogen zijn. Het is iets extra’s en hopelijk krijgen de piloten ook een extra boost omdat het de enige wedstrijd is die je echt als team rijdt, met alle supporters die achter je staan.”
Hoe moeilijk is het om beslissingen te nemen voor en met Lucas Coenen, Sacha Coenen en Liam Everts, drie jonge rijders met elk hun eigen mening en visie, vergeleken met toen je vooral vanuit het perspectief van één rijder – namelijk jezelf – dacht?
Roelants: “Eigenlijk is dat niet zo moeilijk. Voor mij is het vooral belangrijk dat ze alle drie willen winnen. Het zijn drie totaal verschillende karakters, maar als ze alle drie het beste uit zichzelf willen halen, is het relatief makkelijk om beslissingen te nemen. Ze luisteren ook echt en willen alle drie het beste. Dat maakt het natuurlijk makkelijker. Als je met iemand moet werken die niet echt gemotiveerd is, kun je daar weinig mee. Op dat vlak verloopt het dus behoorlijk vlot.”
Is er een moment tijdens de voorbereiding van de wedstrijd waarop je als manager het liefst controle houdt, maar tegelijk moet accepteren dat je op dat moment niets meer kunt veranderen? Moet je de rijders dan vooral motiveren, of soms juist wat intomen?
Roelants: “Tijdens de wedstrijd kun je als manager nog wat informatie meegeven via het pitboard. Maar uiteindelijk moet al het werk dan eigenlijk al gebeurd zijn. Of je een piloot moet motiveren of juist wat moet intomen, hangt echt van persoon tot persoon af. Liam, Lucas en Sacha zijn alle drie totaal verschillend. Ik denk dat het vooral mijn taak is – en dat is ook wat ik het liefste doe – om te kijken hoe je het beste uit elk van die drie kunt halen.

“De ene moet misschien wat meer ingetoomd worden dan de andere, maar motiveren moeten we die mannen niet echt. Ze willen uit zichzelf al het allerbeste. Het gaat er vooral om op welke manier we dat het beste kunnen bereiken. Dat kan bijvoorbeeld door te bekijken welke mensen we wel of niet bij de entourage betrekken, door samen te trainen, enzovoort. Het belangrijkste is dat de piloten zich goed voelen en ontspannen zijn.”
Nog altijd aan boord
Na de MXoN van 2025 was het oorspronkelijk de bedoeling om te stoppen als teammanager. Uiteindelijk ben je toch doorgegaan. Wat heeft ervoor gezorgd dat je van gedachten bent veranderd?
Roelants: “Na 2025 heb ik vooral gekeken of iemand het financiële luik op zich wilde nemen. Er was niet echt iemand die alles wilde overnemen, dus ben ik bij Bert Vanlerberghe terechtgekomen. Hij gaat al zijn hele leven naar de cross en dat werkt tot nu toe echt fantastisch goed. Hij is enorm gemotiveerd en neemt nu vooral de financiële kant van Team Belgium voor zijn rekening, uiteraard alles in samenspraak met mij. Uiteindelijk ben ik de eindverantwoordelijke als er iets misgaat, maar hij doet dat echt geweldig goed. Ik denk dat we daarin opnieuw een stap vooruit hebben gezet.
“Bovendien is hij daarin gespecialiseerd en doet hij het ook graag. Ik neem de andere kant voor mijn rekening: bezig zijn met de piloten en afspraken maken met de teams over bijvoorbeeld de kledij en de set-up waarmee we gaan rijden. Dat zijn dingen die ik zelf graag doe, vooral het werken met de piloten. Dat is dus een goede combinatie.”
Je carrière eindigde op een manier die niemand had zien aankomen. Had je toen verwacht dat je jaren later nog altijd zo betrokken zou zijn bij de GP-paddock?
Roelants: “Dat is natuurlijk niet de manier waarop je je carrière wilt laten eindigen. Ik zou niet zeggen dat ik zo actief ben in de paddock, maar ik doe uiteraard ook commentaar op tv en ik ben een paar jaar bij een team betrokken geweest als begeleider van piloten. Je blijft dus altijd wel in dat wereldje zitten.
“Had ik dat verwacht? Nee, daar houd je natuurlijk geen rekening mee. Maar voor mij is het belangrijk dat ik mijn hobby kan blijven beoefenen. Het was uiteraard ook mijn job, maar dat ik mijn hobby kan blijven doen en af en toe zelf nog kan rijden, vind ik het belangrijkste.”

Blessures in MXoN aanloop
We zien bij verschillende toplanden dit jaar opvallend veel blessureleed en/of budgettaire problemen. Ook de Belgen werden niet gespaard, met in de aanloop blessures voor Lucas en Sacha. Verandert dat volgens jou ook de manier waarop je naar een MXoN-selectie kijkt?
Roelants: “Het is een relatief lang seizoen in Europa. In Amerika is het eigenlijk nog erger, want daar hebben ze al twintig Supercrosswedstrijden die extreem gevaarlijk zijn, daarna de Nationals en vervolgens komen de SMX-wedstrijden er nog bij.
“Dat is natuurlijk een lang seizoen. Uiteindelijk is de MXoN iets extra. De piloten hoeven twee weken na de laatste GP echt niet meer bij te trainen of een gigantische stap te zetten, ze moeten er gewoon voor zorgen dat ze uitgerust aan de wedstrijd beginnen. Op tien dagen tijd ga je geen fysieke conditie verliezen. Ze moeten gewoon wat bezig blijven en hopelijk een goed gevoel krijgen, want die overzeese GP’s hakken er natuurlijk wel in. Als ze dat willen, probeer ik hen daar wat bij te helpen en input te geven. In het geval van Lucas is het gewoon zaak om weer topfit te worden.”
Lucas heeft een behoorlijk onderbroken aanloop gehad en voor de buitenwereld is het nog altijd moeilijk in te schatten hoe fit hij zal zijn en of hij zelfs kan deelnemen. Is de MXoN tegenwoordig misschien meer een kwestie van drie rijders gezond aan de start krijgen dan van simpelweg de drie snelste namen selecteren?
Roelants: “Drie rijders gezond aan de start krijgen, zeker voor een land als België, is inderdaad niet altijd makkelijk. We hebben momenteel drie rijders die er bovenuitsteken.
“Ik kan er natuurlijk niet al te diep op ingaan, maar ik denk dat Lucas de laatste weken heel goed bezig is en ook al een paar keer goed met de motor heeft kunnen rijden. Het blijft dus wat afwachten, maar ik probeer vooral de verwachtingen te temperen en er niet te veel druk op te leggen. Dan zien we wel.”
Na de val
Je bent de laatste tijd ook regelmatig te horen in podcasts, zoals CrossTalk en To Talk Again. In die laatste sprak je open over je eigen situatie en die van je vader Walter. Voelt zo’n gesprek anders dan een klassiek interview?
Roelants: “Voor mij maakt dat eigenlijk niet zo veel verschil. Zolang ik zelf niets moet opschrijven en gewoon kan zeggen wat ik denk, maakt het mij weinig uit of iemand mij rechtstreeks interviewt en het verhaal daarna in de krant of op een podcast verschijnt. Ik doe dat omdat ze het mij vragen. Als ik daar mensen mee kan helpen of het voor iemand een inspiratie kan zijn, is dat mooi meegenomen.
“Maar uiteindelijk heb ik het al heel vaak gezegd: ik kan niet voor iemand anders beslissingen nemen. Ik kan alleen mijn eigen ervaringen delen. Er zijn verschillende vormen en niveaus van verlamming, afhankelijk van de hoogte in de rug, en dat zorgt telkens voor een andere manier van leven.

“Ik wil daarom nooit zeggen wat iemand anders zou moeten doen of hoe het volgens mij zou moeten, want je kent de exacte situatie waarin iemand zit niet. Ik probeer vooral mijn eigen ervaringen te delen. Als anderen daar iets aan hebben, vind ik het mooi dat ze dat kunnen meenemen. En als dat niet zo is, dan is dat ook maar zo. Als ze mij iets vragen, probeer ik te helpen en daarna moeten zij zelf bepalen wat ze ermee doen.”
Je hebt zelf ervaren hoe snel een motocrosscarrière door één val kan veranderen. Kun je vandaag nog volledig onbevangen naar motorcross kijken?
Roelants: “Ja, zeker en vast. Ik sta er eigenlijk niet echt bij stil. Motorcross was altijd al mijn passie en dat is het nog steeds. Natuurlijk hoop je dat zowel volwassenen als jonge kinderen zo weinig mogelijk in die situatie terechtkomen. Daar moeten we ook over blijven praten, bijvoorbeeld over de airbags die hun intrede gaan maken in het WK en hoe de algemene veiligheid verder verbeterd kan worden.
“Uiteraard blijft het een heel gevaarlijke sport, dat kunnen we niet ontkennen. Maar langs de andere kant is het juist dat wat me altijd heeft aangetrokken in deze sport. Iets met adrenaline maakt het voor mij dubbel zo plezant. Dat is ook de reden waarom ik cross of met de motor rijd. Ik zoek ook wel dikwijls de limieten op. Dat zit een beetje in mij.”
Tot slot: je kent de GP-paddock door en door. Wat is het strafste of meest bijzondere dat je in al die jaren is bijgebleven?
Roelants: “Daar kan ik niet direct een antwoord op geven. Voor mij persoonlijk is mijn val misschien wel het strafste, of in ieder geval de gebeurtenis die de meeste impact op mijn leven heeft gehad.
“Voor de rest kan ik zeggen dat ik met een aantal piloten heb samengewerkt van wie ik soms versteld stond hoe ongelooflijk getalenteerd ze waren. Als je hen een paar dingen tegelijk vertelde, konden ze die op heel korte tijd effectief uitvoeren. Het was soms echt ongelooflijk hoeveel talent sommigen hebben. Aan de andere kant zijn er ook piloten die op datzelfde hoge niveau rijden, maar bij wie je iets tien keer moet uitleggen en die het twintig keer moeten proberen voor ze het zelfs nog maar half goed kunnen uitvoeren. En toch halen ze uiteindelijk bijna hetzelfde niveau.
“Daar zit een heel groot verschil in. Dat is me vooral opgevallen door piloten te trainen. Dat is misschien wel een van de dingen die mij het meest bijblijven.”
Joël, hartelijk dank voor je tijd en veel succes gewenst in Ernée!
Roelants: “Tot dan!”
Tekst: Olivier Goetstouwers
Foto’s: Tom Henderikx / Shootyou











