Test Husqvarna Enduro 2019: Keuze te over

Test Husqvarna Enduro 2019:  Keuze te over
Decrease Font Size Increase Font Size Text size Print

De 2019 enduromodellen van Husqvarna staan al een tijdje in de winkel. En dus moesten we niet lang twijfelen om plaats te nemen in het zadel van deze gloednieuwe modellen. We vonden een geknipt testterrein in het Belgische Chimay, niet toevallig ook het parcours waarop de BK Enduro-ronde plaats vond. Een uitgelezen plek om de Huskies voluit te laten gaan in de handen van voormalig Belgisch kampioen Thierry Klutz.

Husqvarna Belgium-baas Stefaan Minne en z’n ploeg hebben het hele endurogamma van het merk meegebracht naar Chimay: de 250, 350, 450 en 501 viertakten en de 250 en 300 tweetakten. Ons speelterrein voor de dag is een terrein van meer dan 40 hectaren dat in een natuurlijke kom ligt.

Drievierde van het terrein bestaat uit grasland, het resterende kwart uit bos. Plaats genoeg dus voor twee endurospecials. De ontvangst is hartelijk. Maar liefst 10 motorfietsen wachten op zes verschillende testrijders. Verder is ook de zon aanwezig alsook een Husqvarna-monteur die de testers helpt met de gevraagde afstellingen. Kortom, alle ingrediënten om deze motorfietsen in de beste omstandigheden te testen zijn aanwezig.

Na een korte maar efficiënte technische briefing, iets waar iedereen mee kan leven omdat we stilaan ongeduldig worden, kan de pret starten. Wim Vanderheyden en Jilani Cambré, de officiële endurorijders van Husqvarna Belgium, gaan als eersten de piste op.

“Op de 450 ben ik er van overtuigd dat ik op de beste machine uit het Husqvarna-gamma zit.”

Ik begin mijn test met de FE 450, niet toevallig ook de cilinderinhoud waarmee ik m’n actieve endurocarrière heb beëindigd. Dat maakt dat ik me onmiddellijk thuis voel op deze motorfiets. Het blok is krachtig. De vermogensafgifte verloopt lineair en wordt perfect aangevuld door de vering waardoor het geheel goed aanvoelt. Samen met de andere rijders maal ik m’n rondjes af op een gedeelte van één van de twee specials. Daarbij beleef ik zoveel plezier dat ik plots niet veel zin meer heb om van machine te wisselen. Ik ben er immers van overtuigd dat dit de beste motorfiets uit Husqvarna’s endurogamma is.

Viertakt of tweetakt?

Maar omdat ik hier niet alleen maar ben om me te amuseren, stap ik uiteindelijk toch over op een machine van een andere cilinderinhoud waarop ik goed m’n streng kan trekken: de FE 501. Na exact een halve ronde word ik er me van bewust dat ook deze machine me goed ligt. De iets koppelrijkere motor past dan ook goed bij m’n rijstijl en bovendien voelt deze machine nog iets stabieler aan. Na een aantal rondjes besef ik dat dit de motorfiets is waarop ik me het best voel en waarmee ik dus ook het best overweg kan. Het wordt dus moeilijk om afscheid te nemen van de FE 501…

Maar nogmaals, omdat ik hier niet alleen ben om me te amuseren, houd ik mezelf voor dat ik ook de tweetaktmachines moet testen. Ik wissel dan maar van motorfiets met een andere testrijder. En dus kruip ik op de 250cc tweetakt. Hier krijg ik een heel ander gevoel op. In de eerste bochten, voel ik me helemaal niet op m’n gemak. De lichte motorfiets voelt minder stabiel aan.

Bovendien maakt het gebrek aan motorrem dat het aanremmen voor bochten gevaarlijker wordt. Het is zolang geleden dat ik nog eens met een tweetakt reed dat ik me afvraag of ik wel nog met dit motortype overweg kan. Maar dat gevoel vervaagt naarmate de ronden verstrijken. Plots vind ik dit weer helemaal te gek! M’n rondetijden moeten flink beginnen te zakken want ik heb het gevoel dat ik op een fiets rijd.

Het valt me op dat ik me op deze machine niet teveel moet nadenken om het gas helemaal open te draaien. Hier kan je flink gas geven en vangt de elektronica dat op. De tijd dat een tweetaktmotor begon te ‘stotteren’ wanneer je het gas te vroeg weer opendraaide, of ‘verstikte’ als de carburatie niet goed was, ligt dankzij de elektronische brandstofinjectie van de Husqvarna achter ons. Niettemin voel je wel dat het de motor aan benzine ontbreekt – vandaar het geknetter tijdens de herneming – en dat het de motor wat aan karakter ontbreekt. Ik heb zo de indruk dat de vermogenscurve nogal afgeschuind is, niettemin is het echt cool om met deze nieuwe generatie tweetakten te rijden en dat omwille van hun gebruiksvriendelijkheid. Dat ze ook nog eens efficiënt zijn nemen we er graag bij.

En dan stap ik op de 300. Een motorfiets die erg dicht aanleunt bij z’n kleine broer. Dat uit zich vooral in de handelbaarheid. Het verschil ziet hem in het motorkarakter dat bij de TE 300 iets uitgesprokener is, mede dankzij het grotere vermogen. Je voelt dat het motorblok elektronisch ‘beheerd’ wordt. Dat is zonder twijfel op veel vlakken nagenoeg perfect (luchtaanvoer, timing en aanvoer van benzine, timing van de ontsteking) en wellicht ook de best mogelijk oplossing.

Daar tegenover staat naar mijn gevoel dan wel het feit dat de vermogenscurve van de geïnjecteerde tweetaktmotor eerder lineair loopt en een stuk minder explosief is dan z’n voorganger met carburator. Ook nu rijg ik de ronden aaneen op deze motorfiets en begin ik al plannen te smeden voor een terugkeer in het BK Enduro aan het stuur van deze TE 300.

“Beweeglijk in de technische passages en sterk waar het vermogen een bondgenoot is: maakt dat van de FE 350 hét ideale endurowapen?”

Na een middagpauze waarin we kennis konden maken met de specialiteiten van de streek (ik hield het bij de eetbare streekproducten, niet de vloeibare…), gaan we er terug tegenaan maar dan op een andere gedeelte van het terrein. Een vloeiend stuk speciaal dat niettemin voorzien is van enkele boomstammen die we moeten overschrijden.

Ik begin met de 501. Opnieuw kan ik me niet van de indruk ontdoen, dat ondanks alle anderen, dit de motorfiets is die het best bij mij past. Door al het rijplezier dat deze machine me biedt, lukt het me haast niet om er afscheid van te nemen. Op voorhand had ik mezelf voorgehouden dat ik gefrustreerd zou zijn door het gebrek aan vermogen van een 350. Vier jaar geleden had ik al eens de kans om van deze motorfiets te proeven en toen vond ik de motor veel te week naar m’n zin. Toch wil ik de dag niet afsluiten zonder met deze FE 350 gereden te hebben.

Het valt me op dat de huidige 350 maar weinig meer gemeen heeft met de machine van weleer. Het blok van deze 2019-machine is krachtig, koppelrijk en laat z’n spierballen rollen van zodra je de gashendel beroert. In de technische gedeelten is deze motorfiets beweeglijk, terwijl het op snellere stukken niet aan vermogen ontbreekt. Zou dit dan misschien het ideale wapen zijn voor m’n terugkeer in de competitie? Een ding is zeker: kiezen is niet makkelijk.

Wat ik van deze Husqvarna-gammatest onthoudt is dat er zeker een motortype (twee- of viertakt) en een cilinderinhoud is die bij zowat elke type rijder en diens verwachtingen past. Na een dag als vandaag kan je onmogelijk gefrustreerd naar huis keren omdat je geen machine naar jouw zin vond. Aan elke geteste motorfiets beleefde ik plezier en kon ik van z’n kwaliteiten genieten. Moest ik er dan toch één uitkiezen dan zou ik voor de FE 501 gaan, omdat die toch m’n voorkeur wegdraagt. Dat neemt evenwel niet weg dat ik in een competitieve context als het BK Enduro voor de FE 350 zou gaan.

Bij een dergelijk uitgebreid gamma is het aan de rijder om de goede keuze te maken. Doe dat met de goede raad van de Husqvarna-dealer.

Belgische Tarieven Husqvarna Enduro 2019 (Nederlandse tarieven tussen haakjes)

TX 125 …….. € 8.200 (€ 8.395)
TE 250 i …..  €   9.385 (€ 10.735)
TE 300 i …..  €   9.780 (€ 11.565)
FE 250 …..   € 10.160 (€ 11.715)
FE 350 …..  € 10.570 (€ 12.080)
FE 450 …..  € 10.690 (€ 12.245)
FE 501 …..  € 10.780 (€ 12.360)

Tekst: Thierry Klutz
Foto’s :
Bavo Swijgers / Husqvarna

 

Uw reacties