Published On: 27 augustus 2026

Naast Liam Everts en Sacha Coenen stond afgelopen weekend nog een derde Belg aan het MX2-starthek in Arnhem. Junior Bal (22) uit Lokeren reed naar de zestiende plaats in de GP-stand, drie weken nadat hij in de EMX Open in Lommel als negende de beste Belg was. Wij belden hem tussen het werk en een training door.

De naam Bal en motorcross zijn zowat synoniemen. Opa Alex, vader Pascal en nu dus de derde straffe motorcrosser in het geslacht Bal: Junior.

Pascal Bal kroonde zich in 2011 tot wereldkampioen bij de veteranen. Hoewel Junior Bal zich ook al in de kijker reed als motorcrosser, ligt zijn ambitie toch elders. Uithouding en strandracen vormen namelijk zijn favoriete terrein.

Of hoe de GP’s dienen als opstapje naar het Franse strandracekampioenschap dat midden oktober van start gaat.

Wat had je zelf in gedachten voor het weekend in Arnhem?
Junior Bal: “Ik was er eigenlijk zonder verwachtingen naartoe gegaan. Ik had gedacht dat ik twee keer gedubbeld ging worden. Uiteindelijk werd het één keer, een minuut of vijf, tien voor het einde. Dat had ik wel zien aankomen, die mannen gaan zó hard.”

Waar zag je het verschil met de vaste GP-rijders?
Bal: “Fysiek is een heel groot punt: die mannen worden niet moe, die blijven tot het einde knallen. En qua rijstijl vooral de soepelheid over de putten. Ik kan ze wel pakken, maar niet met dezelfde snelheid en vanzelfsprekendheid. Als je jezelf met de anderen vergelijkt, zie je waar het misgaat. Er zijn dus zeker verbeterpunten.”

Hoe ziet jouw leven er dit jaar uit naast de cross?
Bal: “Ik ben net afgestudeerd als bachelor bedrijfsmanagement en ik heb dit jaar mijn eigen bedrijf opgestart. Ik werk dus alle dagen van de week, en daarnaast probeer ik zoveel mogelijk te trainen, fysiek en met de motor.”

Maakt dat de vergelijking met die vaste GP-rijders niet extra moeilijk?
Bal: “Ik moest vanochtend om acht uur gewoon gaan werken, en toen je belde, was ik aan het sporten. Ik kan niet altijd direct de klik maken. Bovendien ligt mijn focus ergens anders: bij de strandcrossen. Arnhem was daar eigenlijk al een mooie voorbereiding op.”

Focus op het strand

Wat zijn je beste resultaten in de strandrace tot nu toe?
Bal: “Bij mijn eerste Elite race in Loon vorig jaar in oktober werd ik achtste en was ik beste jongere. Dat was vrij speciaal. Vanaf de top tien krijg je op het strand een geel hesje. Normaal is dat voor de eersten uit het kampioenschap van het jaar voordien, maar bij uitzondering kreeg ik het toen al. Ook in Hossegor ben ik dan in de top tien geëindigd.”

Daar liggen dus je sportieve doelen?
Bal: “Ja, daar ligt mijn doel. Ik heb voor deze winter een contract getekend bij een professioneel Frans team. Het is helaas nog even wachten vooraleer het officieel wordt bekendgemaakt, maar het is zeker een stap in de goede richting.”

Je rijdt ook al jaren in Duitsland waar je dit voor RGS Racing uitkomt. Hoe hoog ligt het niveau in de ADAC-Youngster Cup?
Bal: “Ik heb elk jaar ADAC gereden, maar moest telkens doorheen het seizoen stoppen door kwetsuren. Dit is mijn eerste seizoen dat ik volledig uitrijd. Het niveau ligt er redelijk hoog: Nicolai Skovbjerg wint in de ADAC en is in de EMX250 de enige die de concurrentie met Garcia aangaat. Mads Fredsoe en Sebastian Leok hebben in het EK al snelheid voor de top drie laten zien. Scott Smulders haalde al enkele keren de top tien in het WK MX2. Alles zit er binnen enkele seconden. Zelfs om te kwalificeren moet je echt hard rijden, reken op drie seconden van de snelste tijd of je haalt het niet. In Tensfeld werd ik een reeks zevende, in Dreetz een reeks negende. Ik sta nu zeventiende in de tussenstand. Zeker niet slecht, maar constant de top tien halen is niet evident in Duitsland.”

Derde generatie motorcrosser

In het crosswereldje wordt al snel commentaar gegeven. Merk jij dat ook?
Bal: “Als het goed gaat, zijn alle supporters daar. In moeilijkere periodes zie je wie er overblijft. Dat merk ik op mijn niveau ook: heb ik het even lastig, dan klinkt het direct dat het niet meer gaat, dat het wel wat geluk zal geweest zijn. Dan is het aan mij om de rollen om te keren en door te bijten.”

Je vader Pascal pakte op latere leeftijd nog een wereldtitel bij de veteranen. Wat blijft jou daarvan bij?
Bal: “In 2011 heeft hij die gewonnen inderdaad. Dat achtervolgt mij nog altijd een beetje, want niet iedereen kan zeggen dat zijn vader wereldkampioen is geweest. Ik plaag hem er weleens mee dat het bij de veteranen was, maar ik vind het wel straf dat hij dat geworden is. Op elk niveau rijden de eersten heel hard, dus daar kijken we altijd naar op.”

Hoe gemotiveerd moet je zijn om dit allemaal te blijven doen? Het grote geld of de grote roem vallen er niet mee te rapen.
Bal: “Ik ben er volledig mee opgegroeid met mijn papa. Mijn ouders steunen mij al heel mijn leven en hebben zoveel voor mij gedaan, daarom blijf ik mijn inzet tonen. Voor een groot stuk doe ik het ook voor het respect: ik wil mij af en toe nog eens bewijzen. Natuurlijk moet ik werken om alles te kunnen financieren. Ik ga jammer genoeg niet van de motorcross kunnen leven. Dat is maar voor uitzonderingen weggelegd. Maar het sportmanschap is iets moois om in je leven te hebben.”

Wat valt op als je een MCLB-wedstrijd vergelijkt met Frankrijk, Duitsland of een GP?
Bal: “Tegenwoordig is het moeilijk om een MCLB-omloop nog een echt crossparcours te noemen. Ik cross heel graag op de parcours van de GP’s en de ADAC, daarom blijf ik dat ook doen. Daarnaast rijd ik de MCLB-wedstrijden in de buurt, maar het plezier is anders: je kunt er niet springen en je kunt moeilijk het verschil maken. Op de grote banen wordt het verschil gemaakt. MCLB rijden is echt een vak apart.”

Was je vorm in Arnhem te vergelijken met die in Le Touquet afgelopen winter?
Bal: “Nee, mijn piekvorm lag in Le Touquet. Ik neem geen rust door het jaar, mijn ene seizoen vloeit in het andere over. Mijn vorm in Arnhem is niet te vergelijken met die in Le Touquet, daar was ik weken op voorbereid.”

Veel fans vragen zich af hoe een zandhaas uit het WK zoals Jeffrey Herlings of Kay de Wolf het zou doen tegen de echte strandspecialisten.
Bal: “Todd Kellett en Cyril Genot zijn nu de toppers in het strandracen. Herlings kun je daar niet meer mee vergelijken, die is eigenlijk overal de beste. Maar wij starten in Le Touquet met 3.000 piloten. Na één ronde zijn we al aan het dubbelen: in het begin duurt een ronde negen minuten, op het einde vijftien. Dan kun je je voorstellen hoe zwaar het parcours wordt. De gave om tussen al die piloten te laveren zonder je motor op te blazen, is een kunst apart. Ik zou het alleszins graag eens zien, Herlings of De Wolf in Le Touquet!”

Helpt die strandervaring je omgekeerd als je in het pak zit in een gewone motorcrosswedstrijd?
Bal: “Een gewone wedstrijd is heel intensief, een strandcross is net heel verdeeld. Ik train lange sessies, geleidelijk opgebouwd. In Arnhem merkte ik in de tijdstraining dat ik de explosiviteit van zo’n wedstrijd niet meeheb. Ik ben er ook niet op getraind, dus ik kan het mezelf niet kwalijk nemen. Maar voelen doe ik het wel.”

Nog iets dat je wil meegeven aan onze lezers?
Bal: “Ik ben heel dankbaar voor wat iedereen voor mij doet, zelfs op mijn niveau. Het is begonnen met de sponsors van papa, maar ondertussen is dat uitgebreid naar mensen die mij sponsoren om wie ik ben. Ik ben ook vrij loyaal: ik verander weinig. Wie mij steunt in de moeilijke tijden, daar blijf ik ook bij in de goeie tijden.”

Bedankt voor het gesprek, Junior, en veel succes in de ADAC dit weekend.
Bal: “Merci, graag gedaan.”

Tekst: Tom Jacobs
Foto’s: Beyond Prod/MXJuly, Eva Szabadfi, IG Junior Bal