Vorige maand bood TM Moto Nederland ons de gelegenheid om de MY27-modellen te testen. Drie nieuwe motoren stonden voor ons klaar op het bekende circuit De Landsard, vlak bij de luchthaven van Eindhoven. We beginnen ons testoverzicht met de TM MX 250 4T.
Juist die MX2-motor riep het afgelopen seizoen wat controverse op. Douwe van Mechgelen ruilde halverwege het seizoen zijn TM in voor een oranje Oostenrijker, en ook Cas Valk, die voor het fabrieksteam van TM reed, hield het na een paar wedstrijden voor gezien.
In samenspraak met TM hebben we daarom nadrukkelijk gevraagd om een test op een zandbaan. We wilden zien wat zo’n TM in het zand doet, in vergelijking met een hard parcours als Faenza, waar de fabrikant een groots opgezette MY27-mediatest organiseerde. Na een bakje koffie, wat fine-tunen aan de motoren en wat fotografische werkzaamheden was het tijd voor onze eerste sessies.

Géén zonnige omgeving of betonharde baan in Italië dus deze keer, maar omstandigheden zoals we die bij ons kennen.
Flinke make-over
TM heeft de 250 4T, in tegenstelling tot de andere crossers, voor 2027 aanzienlijk geüpdatet. Volgens Iarno Boano, teammanager van het TM Boano-fabrieksteam in de enduro, is dat het resultaat van de deelname aan het MX2-WK met het CRD-team en van de input van TM’s motorcrossrijders. De grootste ingreep zit in de injectie: de 250 MX krijgt als enige model een gasklephuis met twee injectoren. Die moeten bovenin vermogen toevoegen zonder dat de motor onderin iets verliest.
Ook de koeling kreeg veel aandacht. De nieuwe cilinderkop heeft een andere waterinlaat, waardoor het koelmiddel beter door de kop stroomt. Samen met de nog grotere radiatoren moet dat de motor volgens TM bijna tien graden koeler houden. Nieuwe radiatorspoilers maken plaats voor die bredere radiatoren, en een grotere koelventilator is als optie verkrijgbaar.
Daarnaast werkte TM aan de betrouwbaarheid. Onderdelen in de kop die op lange termijn kleine problemen gaven, werden vervangen en versterkt: er zijn nieuwe klepveren en -schotels, een robuustere zuiger en een nieuwe koppakking. De decompressie verdwijnt van de 250, eveneens omwille van de betrouwbaarheid.
Nieuwe HGS-uitlaat
Een nieuwe startmotor en een krachtigere batterij moeten het starten verbeteren. Om aan de strengere geluidsnormen te voldoen, krijgt de 250 MX een nieuwe HGS-uitlaat. Volgens TM gebeurt dat zonder dat de winst van de andere ingrepen verloren gaat. De mapping werd geüpdatet en de kabelboom is beter afgedicht en beschermd. En zeker niet onbelangrijk: qua look is TM teruggegaan naar lichtblauw.
De Corse-versie blijft ook in het gamma, maar die bespreken we hier niet verder. Ze heeft dezelfde updates en onderscheidt zich met een hardere afstelling van de vering, geventileerde B.C.A.-remschijven voor en achter, een standaard koelventilator, een Renthal-stuur, zwarte velgen en een behandeld achtertandwiel. Daarbovenop komen bronskleurige kroonplaten, CNC-gefreesde ontstekings- en koppelingsdeksels in brons en bronskleurige dopjes op de reservoirs van rem- en koppelingspomp. Ook visueel is ze meteen te herkennen: waar de standaardversie lichtblauw-wit is, krijgt de Corse een grijs-wit kleurenschema met eigen stickers.
Waar het vorige model voor sommigen te weinig vermogen bood, denk ik dat TM er genoeg aan heeft gedaan om dat te verhelpen. Met de dubbele injector heeft de motor merkbaar meer vermogen in elk toerengebied en klinkt hij ook een stuk agressiever. Afijn, genoeg technische informatie. Tijd om na te gaan of alles in de praktijk ook uitpakt zoals het hoort!

Morning blues
Mijn eerste sessie voelde, net als bij de twee andere testmotoren, ietwat onwennig aan. Normaal heb ik niet zo lang nodig om aan een motor en een parcours te wennen, maar vandaag was dat wel het geval. Hoe dat komt, weet ik niet. Misschien omdat het vroeg in de ochtend was, wat ik niet echt gewend ben. Of omdat het circuit niet geschoven was en het ‘s nachts had geregend, wat de eerste sessies nog iets uitdagender maakte. Na 25 jaar crossen kan ik het circuit van Veldhoven ondertussen achterstevoren rijden, dus daar zou het niet aan moeten liggen.
Wat me meteen opviel aan de TM 250 4T, was het vermogen. Vorig jaar testte ik de 2026-modellen in Italië op een parcours met een harde ondergrond (lees hier die test). Ik heb toen heel fijn met de motor kunnen rijden, maar merkte wel dat een standaard TM iets minder vermogen had dan de marktleiders in de MX2-klasse (lees: KTM, Yamaha en Triumph).

Vermogenswinst
TM heeft niet stilgezeten en heeft naar mijn mening flink wat terrein gewonnen op het vlak van vermogen. Van onderuit is de motor in het zand meteen aanwezig. Zowel in tweede als in derde komt hij met genoeg kracht de bocht uit, en ook in het middengebied trekt hij goed door. Een heel fijn, vriendelijk en lineair vermogen dat in het zand goed bruikbaar is.
Wel viel me op dat het einde van een versnelling vrij snel bereikt is. Waar een andere 250F nog even doorgaat en meer toeren maakt, stopt de TM voor mijn gevoel iets eerder. Dat is wellicht eenvoudig te verhelpen met een andere eindoverbrenging of een aangepaste mapping.
Toch denk ik dat TM op het vlak van vermogen weer een stap vooruit heeft gezet. Volgens mijn ervaring is een zandbaan dé lakmoesproef: als een motor in het zand genoeg vermogen levert, voldoet hij ook elders. Ik was trouwens niet de enige die de vooruitgang opmerkte. Ook collega-testrijders hadden lof voor het nieuwe blok en het koppel.

Unieke zesbak
Opmerkelijk is dat de TM 250 4T zes versnellingen heeft. Dat heeft voor- en nadelen. Je moet meer schakelen, maar je hebt wel voor elke situatie een passende versnelling. Vorig jaar viel me al op dat de derde versnelling erg lang en bruikbaar is, en ook bij dit 2027-model sprong dat er voor mij uit. Ik ben gewend om met een 250 4-takt veel te schakelen, maar bij de TM valt dat reuze mee. Weer een pluspunt voor de TM 250 4T!
Eigen karakter
Zoals ik van TM gewend ben, is het rijwielgedeelte prima in orde: de motor voelt licht aan en stuurt fijn. Ook in het zand kon ik precies met de motor doen wat ik wou.
Dat de tank achteraan onder het zadel zit, komt volgens mij de balans van een 4-takt ten goede. Als je bij het aanrijden van een bocht het gas dichtdraait, wil een 4-takt door de motorrem altijd “duiken”. Met de brandstoftank achteraan gaat de gewichtsverdeling dat een heel stuk tegen. Dat helpt het rijcomfort, vooral in de bochten. Qua wendbaarheid en handling scoort de TM 250 4T 2027 dus prima.
Over de vering was ik deze keer iets minder tevreden. Een zandbaan is natuurlijk heel anders dan een harde baan, zeker als er niet geschoven is en het parcours vrij zwaar ligt. De standaard iets te slappe vering hielp daarbij niet. Vorig jaar in Italië voelde de vering aan het einde van de middag, na de nodige aanpassingen, al best goed aan, maar in Veldhoven kreeg ik heel andere feedback. We hebben de vering in de loop van de dag stapsgewijs harder gezet, maar het werd voor mij nooit iets om over naar huis te schrijven.

De voorvork was oké, maar de achtervering bleef voor mijn gevoel wat achter. Op de remribbels voor de bocht was de motor achteraan erg onrustig, en ook onderaan de oploop van sommige schansen had de achtervering het moeilijk. Op sommige momenten had ik het gevoel dat ik op de olie reed in plaats van op de vering zelf. Bij het landen na een sprong voelde het dan weer comfortabel en veilig aan. Ik ben een paar keer flink doorgesprongen en de achtervering ving dat vrij goed op. Begrijp me niet verkeerd: het was niet dramatisch, maar het was gewoon niet wat ik ervan had verwacht.
Ik moet er wel bij zeggen dat alles standaard was en dus niet afgeveerd op mijn gewicht (85 kg). Ik schat mezelf in als een bovengemiddelde rijder. Een rijder van gemiddeld niveau, lees: een hobbyrijder, haalt door zijn lagere snelheid waarschijnlijk meer plezier uit de vering.
Voorbeeldige ergonomie
Op de stuur- en zithoek heb ik weinig aan te merken. Die kloppen gewoon, en je kunt de motor makkelijk met je benen controleren. Na een kleine aanpassing aan de stand van het stuur voelde ik me, ondanks het niet-geprepareerde circuit, vrij snel thuis op de nieuwe 250 4-takt van TM. Net als vorig jaar kon ik al gauw mijn eigen tempo rijden zonder dat de zithouding me hinderde.
Over het stuur gesproken: de handvatten overtuigden niet. Meerdere fabrikanten hebben dat volgens mij niet op orde, maar de handvatten die standaard op de TM zitten, zijn niet helemaal mijn cup of tea. Na twee sessies had ik al blaren door de harde handvatten. Een aandachtspuntje voor TM dus!

Conclusie
Is dit de beste MX2-motor van het moment? Ik denk het niet. Hadden we dat van TM verwacht? Nee, ook niet. Heeft TM een stap vooruit gezet? Absoluut! Met deze nieuwe 250 4T heeft TM zich volgens mij in het rijtje van Honda en Kawasaki gevoegd, en dat zijn allebei zeer goede en fijne motoren.
Het is ondertussen bekend dat er in elke TM een hoop passie en liefde wordt gestoken, aangezien ze stuk voor stuk met de hand gemaakt worden. Dat verdient respect en geeft het Italiaanse merk een heel eigen gevoel van vakmanschap. Met een relatief klein team zet TM een degelijke motor neer die heel wat troeven heeft, zelfs in vergelijking met de grote fabrikanten.
Het fabeltje dat een TM te weinig vermogen heeft, gaat voor mij niet meer op. Voor het model van 2026 kon ik het ergens nog begrijpen, zeker op MX2- en EMX250-niveau, maar dat was voor TM waarschijnlijk ook een overgangsjaar om te kijken waar ze op topniveau stonden. Hoewel de mannen uit Pesaro al vaker lieten zien dat ze een topmotor kunnen bouwen, zit de concurrentie niet stil. En een GP-motor blijft nu eenmaal een ander uitgangspunt dan een leuke standaardmotor voor een breed publiek van rijders met verschillende capaciteiten en snelheden.

Met dit nieuwe model heeft TM ten opzichte van vorig modeljaar een mooie progressie geboekt qua vermogen, en het recept voor het aangename rijcomfort is hetzelfde gebleven. Als totaalpakket voor de hobbyrijder geef ik de TM MX 250 4T 2027 een 7,5 à 8 op tien. Het zou interessant zijn om te zien hoe deze standaardversie zich verhoudt tot de Corse.
Prijs-kwaliteit
Tot slot moeten we het nog even hebben over de verhouding prijs-kwaliteit. Als je naar de andere fabrikanten kijkt, vind ik de TM eerlijk gezegd aan de dure kant. De nieuwe Yamaha YZ250F zit in dezelfde regionen en kost zelfs 100 euro minder. Dan zou mijn voorkeur eerder uitgaan naar een Yamaha. Op ieder vlak lijkt me dat een iets betere, completere motor.
Dat neemt niet weg dat de TM Moto 250 4T een prima motor is. Alleen komt hij, voor de serieuzere wedstrijdrijder althans, op ieder vlak nog wat te kort tegenover een Yamaha of een Oostenrijker. Als ik de verhouding prijs-kwaliteit in acht moeten nemen geef ik 6,5. Ik vind ‘m nogal duur maar dat is ook een rationele opinie. Wie liefhebber is van TM, valt voor de look of die unieke, ambachtelijke aanpak, zal dit eerder beoordelen als een faire prijs.
Wetende dat ze allemaal met de hand gemaakt worden en dat er wel echt karakter in het bouwen van zo’n motor zit. Daar mag iets tegenover staan. En dan heb je ook iets dat weinig andere rijders hebben. Mensen die daar wat voor voelen, die willen dan ook wel iets meer uitgeven. Als je puur kijkt naar het budget luidt mijn eindoordeel dat er betere opties zijn in die prijsklasse.
Klik hier voor de complete technische fiche
Tekst: Remy van Alebeek
Foto’s: Ryan Witlox – RW designs











