Roan van de Moosdijk (25) zit weer in een stijgende lijn. Na een tiende plaats in Sardinië onderstreepte de voormalige EMX250 kampioen dat hij stap voor stap aansluit bij de wereldtop. Tijd voor een gesprek over zijn comeback, de focus op het verdedigen van de ADAC MX Masters titel en zijn eerste twee AMA wildcards in RedBud en Southwick!
Na een moeilijke periode heeft van de Moosdijk de flow te pakken. Roan was altijd al een vriendelijke kerel, maar tijdens ons gesprek wordt meteen duidelijk dat hij ook weer goed in zijn vel zit. Mislukte passages bij Fantic Factory Racing en HRC Honda in 2024 gekoppeld aan blessures lieten hun sporen na bij de Eindhovenaar die in de MX2 negen podiums en twee reekszeges behaalde.

Vorig seizoen pakte de Kosak KTM rijder in zijn eerste ADAC MX Masters campagne meteen de titel. In Riola Sardo liet hij zien dat hij ook mee kan strijden voor de top-10 in de MXGP.
Het gaat duidelijk in stijgende lijn op de 450. Trentino was wisselvallig maar Sardinië was heel positief. Wat is er deze winter anders gelopen?
Roan van de Moosdijk: “Ik ben echt van ver gekomen na 2024. De stijgende lijn is nu een goed jaar bezig in MXGP. Ik heb vorig seizoen alle Europese wedstrijden gereden, ik ken het team, ik heb in alles vertrouwen en ik heb gewoon kunnen voortbouwen op het afgelopen jaar en er deze winter nog een stapje bij kunnen doen. Dat is het vooral. Ik zit nu 2,5 jaar bij Kosak en ik voel me daar gewoon goed bij.”
Ben je deze winter ook van trainer gewisseld?
Van de Moosdijk: “Eind 2024 heb ik even bij Stefan Nuesser getraind samen met Adam Sterry en Max Nagl, maar dat waren maar een paar weken. Vorig seizoen heb ik met Bart Nelissen getraind, en deze winter ben ik met Jens Hendrickx begonnen. Voor het motorrijden trainen we nog steeds met Marc de Reuver.”
Komt het er nu beter uit dan vorig jaar omdat het vertrouwen terugkeert?
Van de Moosdijk: “Dat hoort wel wat bij mijn persoonlijkheid. Ik ben niet gelijk van bam, hier zijn we. Ik ben een wat zachter type, en in MXGP, zeker op een parcours zoals bijvoorbeeld Arco di Trento, moet je echt je mannetje staan. Ik heb het net nog gezegd: het is hier oorlog! Daar heb ik vorig jaar aan moeten wennen. In het begin van de race met 4 of 5 rijders naast elkaar hangen voor een bocht. Dus ja, daar moest ik wel aan wennen vorig jaar en dan doorgaan.”

Heeft het je verrast hoe anders er gereden wordt in MXGP tegenover MX2?
Van de Moosdijk: “Ja, toch wel. In MX2 reed ik vrijwel altijd voorin, een beetje uit die chaos vandaan. Nu rijd ik richting de tien, vijftien, soms achttien. De rijders daar hebben veel ervaring, dus die laten zich niet zomaar voorbijrijden. Het is ook onvoorspelbaar, vooral op de plek waar ik me nu meng. Dat is anders dan vooraan rijden in MX2.”
Herken je dat van eerdere momenten in je carrière? Of heb je altijd vooraan gereden?
Van de Moosdijk: “Ik heb ooit één keer in mijn leven via de last chance moeten kwalificeren, dat was hier elf jaar geleden voor mijn eerste 125-wedstrijd. Voor de rest heb ik sinds 2016 alleen maar voorin gereden.”
En als je dan terugkomt uit een zware blessure, helpt het dan dat je weet dat dit gewoon tijd nodig heeft?
Van de Moosdijk: “Ja, dat denk ik wel. Veel meer is daar eigenlijk niet aan toe te voegen.”

In Duitsland merkte je dat het beter en beter ging, met als bekroning de ADAC-titel. Hoe belangrijk was dat voor jou?
Van de Moosdijk: “Bij het team staat de ADAC-titel echt op nummer één, en daar lig ik nu ook nog steeds in koers. Vorig seizoen was het doel om ADAC-kampioen te worden, en dat is gelukt. Ook van de eigenaar Herbert Kosak voel ik geen extra druk. Hij is super vriendelijk, altijd een knuffel voor de wedstrijd. Als ik het wat minder doe, ben ik zelf bozer dan zij. Dat geeft vertrouwen.”
Het geweer is dit jaar van schouder veranderd: minder Europese wedstrijden, meer focus voor elke wildcard MXGP. Hoe is dat voor jou?
Van de Moosdijk: “Ik heb vorig jaar ondervonden hoe veel het is. Als ik geen Europese wedstrijd had, dan stond er wel een andere wedstrijd op het programma. Dan blijft er gewoon niets meer over. Voor mij is dit dubbel: Kosak is een superfijn team, maar ik heb in mijn achterhoofd dat ik ook nog wil doorgroeien. Als ik nu minder wedstrijden rijd, kan ik mezelf moeilijker laten zien. Dus dat was wel even schakelen.”
Aan de andere kant kun je nu wedstrijden uitkiezen waar je honderd procent klaar aan de start staat.
Van de Moosdijk: “Dat klopt. Trentino was voor mezelf wel een van de mindere banen, maar het is heel kort bij het team, dus logistiek was dat makkelijk. Ik had het zelf niet uitgekozen, maar goed.”

De volgende GP’s, waaronder Arnhem en Lommel, moeten je beter liggen.
Van de Moosdijk: “Eigenlijk wil ik daar hetzelfde doen als in Riola Sardo: de top tien halen, dat is het idee.”
Hoe kijk je terug op die heel onrustige periode in 2024 – eerst de breuk met Fantic, daarna een korte passage bij Honda?
Van de Moosdijk: “Ik heb het wel zwaar gehad. Ik ben extra blij dat Kosak mij toen heeft opgepikt. Ik zat op het punt waar ik dacht: hoe moet ik nu verder? Het was zelfs op dit parcours dat ik tegen Honda heb gezegd: ik ben mezelf niet, ik heb nog steeds last van mijn knie. Ik rijd op een motor die eigenlijk hoort te winnen. Ik lag 10e en ik zak terug naar plek 23. Dat hoort niet. Tijdens het rijden dacht ik al: dit moet zo stoppen. Dus ik heb zelf de stekker eruit getrokken bij Honda.”
Was dat een moeilijke beslissing, misschien wel het este team en de beste motor in de paddock achter je laten?
Van de Moosdijk: “Daar ben ik wel achter gekomen: zelfs met het allerbeste team om je heen – als het in de bovenkamer niet werkt, ben je daar niet gelukkig. Dat heb ik wel gemerkt.”

Op naar de toekomst: je rijdt twee wildcards in de AMA Pro Motocross. Een droom?
Van de Moosdijk: “Honderd procent, super vet! Vorig jaar halverwege het seizoen liet teammanager Kevin (red. Godderz) er al iets over los, en ik was meteen super enthousiast. Eén van onze grootste sponsors, LANG Technik, heeft een vestiging in Chicago, en daardoor kunnen wij iets makkelijker alles verschepen. Ik ben hen ontzettend dankbaar dat ik daar aan de start mag staan met jongens als Haiden Deegan, Eli Tomac en Ken Roczen – al die rijders waar ik vroeger naar opkeek. Super vet om daar tussen te staan.”
Twee iconische banen ook: RedBud en Southwick.
Van de Moosdijk: “Ik ben niet zo thuis in Amerika, maar RedBud ligt redelijk in de buurt van Chicago, en daar zit ook het bedrijf van LANG. Tussen die weken in moeten we richting Boston voor Southwick. We hebben een bus ter beschikking, dus we kunnen rustig naar Southwick rijden. Het plan is om de dinsdag voor RedBud te vliegen, daar nog eens te rijden op donderdag, en dan rustig richting het weekend.”
Heb je daar grote verwachtingen bij?
Van de Moosdijk: “Op dit moment ben ik vooral met het hier en nu bezig. Ik hoor van veel mensen dat ik daar voor de top vijf of zes moet gaan, maar daar geloof ik niet zo in. Mijn gedachte is hetzelfde als in MXGP: rond de tien tot vijftien rijden. Als ik dat kan halen, doe ik wat ik moet doen.”

Southwick is wel een zandbaan, dus dat biedt perspectieven.
Van de Moosdijk: “Toevallig had ik onlangs onboard beelden van Southwick gezien. Ik denk dat de flow daar lastig is. Er zijn heel veel korte bochten waar je telkens opnieuw moet beginnen. We zullen moeten zien hoe ik me daar voel.”
Het wedstrijdschema op één dag in de States, spreekt jou dat aan?
Van de Moosdijk: “Ja, ik heb dat tijdens corona meegemaakt op de MXGP-wedstrijden zoals in Mantova. Daar reden we ook op één dag. Ik heb er ook wat geluk mee, als ik Marc de Reuver mag geloven ben ik een van de weinigen die op een nieuw parcours binnen drie ronden kan knallen. Dat heb ik daar nodig, want het zijn maar korte sessies op de wedstrijddag en je moet er meteen staan. Ik kan me goed aanpassen aan een baan en er direct invliegen, dus hopelijk neem ik dat mee.”
Voel je in Duitsland extra ogen op je gericht omdat je de te kloppen man bent daar?
Van de Moosdijk: “We hebben de eerste ronde in Grevenbroich achter de rug en daar voelde ik me best wel op mijn gemak. Van extra druk heb ik niets gemerkt. Ik werd er tweede na Max Nagl. Het is altijd gezegd dat een titel verdedigen het moeilijkst is, en je hebt gezien dat Max super sterk is. Hij blijft dus een taaie concurrent, maar ik ben bereid om het gevecht aan te gaan.”

Bradley Mesters was vorig jaar je teamgenoot. Hij is iemand voor wie het uiteindelijk niet is gelukt op het hoogste niveau. Heeft dat jou een klik gegeven dat je zelf je kansen moet grijpen?
Van de Moosdijk: “Het is een dunne lijn, het WK motorcross of professioneel motorcross in het algemeen is een harde wereld. Maar dat is denk ik in elke sport op het allerhoogste niveau zo. Het zit soms wel in mijn achterhoofd, maar het beste is om gewoon te focussen en te bevestigen. Dat is het doel. We weten allemaal: het kan snel gaan.”
Het kan ook in de positieve zin snel veranderen. Je kan bijvoorbeeld opgetrommeld worden om iemand bij KTM te vervangen. Dat zou logisch zijn.
Van de Moosdijk: “Natuurlijk kan het altijd beter qua team, maar ik denk dat ik nu in een goed team in stijgende lijn zit. Daar wil ik op verder bouwen.”
Sinds je F&H Racing dagen werd je begeleid door de Reuver, helpt die vertrouwde omgeving?
Van de Moosdijk: “Ik wilde Marc er in 2025 graag weer bij omdat hij heel goed is in lange duursessies in combinatie met intervaltraining. Die combinatie bevalt mij goed bij Marc, vooral in de winter en op de motor.”

Heb je nu, met meer ervaring, minder contact met hem nodig dan tijdens de voorbereiding?
Van de Moosdijk: “Heel soms gebeurt het dat hij er niet bij is zoals laatst toen Trentino en het jeugd EK in Delftzijl samen vielen. Maar anders is hij er wel bij. Ik merk dat ik die fysieke aanwezigheid op deze leeftijd minder nodig heb. Als hij er niet is, blijf ik zelf rustig. Ondertussen weet wat ik moet doen. Mijn jongere teamgenoot Valentin Kees is soms nog wat zoekend; daar zie ik het verschil. Dat is ervaring.”
Dit weekend staat Roan aan de start tijdens de Dutch Masters of Motocross in Harfsen. Volgend weekend rijdt hij in de tweede ronde van de ADAC MX Masters in Dreetz.
Tekst: Tom Jacobs
Foto: Steve Bauerschmidt











