Published On: 15 juli 2026

De 2027 mediapresentatie van Beta stond vooral in het teken van de gloednieuwe RX 250F. Ofwel de eerste viertakt 250cc crosser ooit voor de fabrikant uit Firenze! Razend benieuwd trok ik naar het circuit van Montevarchi.

In de traditionele technische presentatie de avond voordien hadden ze bij Beta veel stof om over te praten. Over de nieuwe enduro’s maar vooral over de crossmodellen. Met de RX 250 4T maakt Beta immers zijn entree in de MX2-klasse.


Daarmee telt het crossgamma nu vier motoren: de RX 250 2T, de RX 350 2T, de nieuwe RX 250 4T en de RX 450 4T. Het blok is volledig nieuw en volgens Beta het resultaat van drie jaar ontwikkeling, het is geen afgeleide van de RX 450 4T.

Veelbelovend vernuft

Dat Beta sinds enkele jaren steeds meer de MX kaart trekt, is al langer duidelijk. Maar het “platform-denken”, is ook die Italianen niet vreemd. Het nieuwe 250 viertakt blok zal in de toekomst namelijk terug te vinden zijn in de 250, 300 en 350 viertakt enduro’s.

Bij het concept van dit viertakt motorblok stelde Beta gewicht en compacte afmetingen voorop. Met de RX250 4T geeft de meervoudige enduro wereldkampioen dan ook duidelijk zijn visitekaartje af op technische vlak.


De distributieketting aan de rechterkant, speciaal aluminium spuitgietproces voor de carters dat dunnere wanden mogelijk maakt zonder verlies aan stijfheid; magnesiumlegering in de carter- en kopdeksels. Gesmede stalen krukwangen op rollagers; dubbele injectie ook. Het klinkt allemaal veelbelovend. Naar verluidt zou deze krachtbron bovendien 1,5 kg minder op de schaal zetten dan de Oostenrijkse MX2 concurrentie (KTM/Husqvarna/GasGas).

Check de complete technische fiche hier.

Géén “mini RX 450”

Precies door dat nieuwe, compacte blok kon Beta voor een compact frame kiezen. Het rijwielgedeelte is dus niet identiek aan de RX450 4T. Opvallend: in tegenstelling tot zijn broers géén vertical motorbevestigingen maar zijdelingse voor een hogere torsiestijfheid. Wel behouden zijn: de ergonomie, voetsteunen, zadel,  swingarm en KYB veringcomponenten (48 mm voorvork, monoshock), uiteraard met een eigen afstelling.


Last but not least pakt Beta voor het eerst standaard uit met een compleet electronicapakket bestaande uit mappings, tractiecontrole, quickshifter en launch control. Voor de ontwikkeling deed men een beroep op het Spaanse Facomsa.

Zoals we dat ondertussen van Beta gewoon zijn, valt er weinig op te merken over de gebruikte onderdelen. Nissin remmen met Galfer remschijven, Dunlop banden, nieuwe zachtere Domino handvatten en het Nederlandse HGS stond mee in voor de de ontwikkeling van het uitlaatsysteem

Gewaagde evenwichtsoefening

Beta heeft een heel eigen productfilosofie genaamd RideAbility en die wordt ook hier toegepast. Lees: een krachtige, progressieve vermogensafgifte, veel tractie, sterk handling en goed te doseren power. Geen piek, maar een lineaire lijn.

Competitiemanager Fabrizio Dini omschrijft de RX 250 4T als “”een zo makkelijk mogelijke motor aan te bieden zonder dat-ie té makkelijk wordt. Tussen de lijnen hoor je dus dat een extremer motorblok en scherper sturend karakter weliswaar technisch haalbaar was. Toch is Beta voor een compromis gegaan tussen wendbaarheid en stabiliteit, met de gemiddelde amateur in het achterhoofd.


Italiaanse GP bis

Veel WK rijders hadden het tijdens de afgelopen Italiaanse GP lastig om op de old school baan van Montevarchi hun draai te vinden. Onze eerste kennismaking tijdens de zonovergoten dag was evenmin een spreekwoordelijke walk in the park.

De harde, technische omloop was ’s ochtends net iets te nat gemaakt. Begrijpelijk, al het maakte de eerste sessies uitdagend om in die omstandigheden een eerlijke mening te geven over ’n nieuwe motor.

In mijn eerste sessie op de RX250 4T viel me gelijk één ding op; de vering stond aan de zachte kant, en dat merkte je vooral bij het insturen van de bochten. Omdat het nog wat zacht was, ging de motor veel ‘’zoeken’’ en liet hij zich niet makkelijk afdraaien.

Ook viel me op dat hij wat power miste over het hele toerengebied. Wel voelde de vermogenslijn van de 250 4T heel lineair en ervaarde ik de motor als vriendelijk om mee te rijden. Tot zover de eerste indruk. De baan liet op dat moment gewoon niet toe om een beter beeld te krijgen van de echte mogelijkheden van de motor.
Daarom parkeerde ik de motor even om het vervolgens later op de dag nog een keer te proberen.

Spelen met electronica

Na wat sessies op de andere Beta crossers (RX250 en RX450F), die overigens motorisch ongewijzigd zijn gebleven voor 2027, gaf ik richting het einde van de ochtend de RX250F nog een kans op een inmiddels opgedroogde baan.

Dit bleek een goede keus te zijn, want nu kreeg ik een veel completer beeld van de motor en kon er wat uitgebreider getest worden. Voordat ik de baan in ging had ik mezelf voorbereid om de beschikbare mappings, en de tractiecontrole uit te proberen. Ik vroeg me ook af hoe de vering zich zou gedragen op het droge, verraderlijke circuit, en wat dat zou betekenen voor de handelbaarheid.

Precies dat vlotte rijgedrag is uitgegroeid tot één van Beta’s troeven. Eerder had ik het al over de compacte bouw van het motorblok om een toegankelijke MX2 motor neer te zetten. De drang naar massacentralisatie werd zo goed uitgevoerd dat het frame zo gebald is dat het ook zou kunnen dienen voor een 125cc blok.


Tegenover de RX 450 4T is het blok iets verder achterover gekanteld, voor meer balans in de motor. Ook zit de koppeling wat hoger in het blok dan gebruikelijk om zo weinig mogelijk weerstand te creëren in het motorblok.

Voor ik weer de baan op ging met de RX 250 4T stelde ik in samenspraak met de monteurs van Beta de voorvering wat harder in. Dit bleek een goede keus om het
“duiken’’ bij het insturen van bochten te vermijden. De motor liet zich veel makkelijker leiden. Zowel in bochten waar geen spoor lag, als in de bochten waar wel sporen lagen. Vanaf de eerste ronde had ik meteen een goed gevoel en kon ik er vertrouwd mee doorrijden.

Na wat experimenteren met de twee beschikbare mappings kwam ik er al gauw achter dat mapping 1 (voor mij) het beste werkte. Dit gaf de motor net iets meer kracht van onderuit, en dat is wel wat deze motor nodig heeft.

Met mapping 2 miste je die kracht, hoewel de motor wat langer doorliep en in deze afstelling iets meer power in het hogere toerengebied bood. Wat me sowieso wel opviel waren de lange versnellingen. Mijn ervaring met 250 viertakten van andere fabrikanten is dat je veel, en soms ook snel moet schakelen, en dat was met deze RX250F niet per se nodig. Ik kreeg een beetje het gevoel van een enduro-achtig blok. Iets rustiger van onderuit, maar wel lang doorlopend in de versnellingen.

Scoren met tractiecontrole

De RX250 4T biedt keuze uit twee verschillende standen voor de tractiecontrole. Beide heb ik ze goed uit kunnen testen op ’n droog Montevarchi waar op enkele plekken weinig tractie was.

Net zoals vorig jaar heeft Beta de traction control prima voor elkaar en is deze in beide standen erg goed voelbaar. De motor breekt niet uit als je op het gas gaat en hij houd ook niet in voor je gevoel, gewoon top dus!

De stuurhoek en zitpositie van de Beta zijn ook goed. Standaard neem je plaats op een bijna helemaal recht zadel. Niet mijn persoonlijke voorkeur, maar dit doet niets af aan de zitpositie. Toen ik voor het eerst opstapte voelde het ietwat onwennig, maar ik was hier redelijk snel comfortabel mee.

Het stuur heb ik zelf even iets verder naar achter gezet (dus vanuit het rijders standpunt iets naar je toe), wat voor mij goed uitpakte. Dit is natuurlijk gebaseerd op een persoonlijke voorkeur en uiteraard is dit voor iedereen anders. Wat ook jouw ideale ergonomie is, het hoogteverschil tussen zadel en stuur zijn iets anders dan bij de concurrentie. Dit was een punt dat ook was opgevallen bij mijn collega-testrijders.

Smaken en kleuren

Onder de journalisten was er geen eensgezindheid over de remmen -té agressieve voorrem voor sommigen- maar ik vind het Nissin pakket zelf een heel goede keuze. Er zit heel veel gevoel in de voorremhendel wat remmen en sturen erg prettig maakt. Ook de achterrem is top. Je kan zowel voor als achter heel gedoseerd en met veel gevoel remmen wat rijden op een lastige baan zoals Montevarchi een stuk gemakkelijker maakt.

Daarnaast wil ik nog even de hydraulische koppeling uitlichten. Ik ben zelf gewend aan de kabelkoppeling. Mijn ervaring met hydraulische koppelingen waren een wisselend succes, maar ook dit heeft Beta goed op orde. De koppeling is soepel en licht op de hendel en ook zit er heel veel gevoel in bij het wegrijden en het doseren van de koppeling bij bijvoorbeeld het uitkomen van de bochten.

Qua vermogen denk ik wel dat de Beta RX250 4T nog wat te kort komt om écht competitief te zijn op hoog niveau. In ieder toerengebied merk je gewoon dat er net wat te weinig ‘’vuur’’ in het motorblok zit. Om mee te doen voor de prijzen, en dan met name in de MX2 klasse, heb je echt die power nodig.

In een klasse waar starts doorslaggevend zijn, is de kracht onderin niet overtuigend. Dat maakt deze Beta zeker géén motor die je links moet laten liggen. Integendeel. Voor de hobby/clubrijder of voor wie in de regioklasse aantreedt, is dit een moderne crossmotor die mooi in balans is.

Wie met ambities aan de start staat, zal extra budget moeten uittrekken voor méér punch. Tot slot nog één kanttekening over het prestatieniveau: onze testmotoren waren helemaal nieuw uit de fabriek en nog niet ingereden. Met 20 uur op de teller krijg je uiteraard een ander verhaal.

Conclusie

Hoe dan ook, Beta heeft mer hun eerste MX2 wel een goede fundering gelegd om op verder te borduren. Het volwassen totaalpakket en de stabiliteit maken ‘m tot een allemansvriend.

Ik ben erg benieuwd wat de vervolgstappen zijn voor Beta met deze kwartliter viertakt. Gaan we ze volgend jaar in de MX2 GP’s zien of komt deze nieuweling naast de 8.675,00 uit in de EMX250?

Die RX 250 tweetakt reed zich dit jaar al in de kijker in het EK 250cc met Alexis Fueri. Beta boekte met de Fransman kopstarts en verschillende top-5 reeksnoteringen.


Of deze nieuwe RX 250F scherp geprijsd is – €9.925 n Nederland en €9.690 in België- hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt. De concurrentie is veelal een eurootje of duizend duurder. Fair is de prijs dus wel. Bovendien heb je dan een motor die makkelijk in de omgang is, fijn afdraait en waarvan je weet dat er de komende jaren nog ontwikkelingen (ook after market?) gaan volgen.

Voor wie prestaties op één zet of vooraan wil meedoen bij de Inters klasse is dit voorlopig niet de beste match. Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar de RX 250 2T die wel al getoond heeft performant te zijn en die met respectievelijk €8.675,00 (NL) en €7.821,00 (BEL) toch een flink stuk goedkoper is dan zijn viertakt broer. De Beta RX 250F zal in september beschikbaar zijn bij de dealers.

Tekst: Remy van Alebeek
Foto’s: Beta