Published On: 30 oktober 2026

Nadat Jorge Prado in 2025 vroegtijdig afscheid nam van Monster Energy Kawasaki, sloeg Chase Sexton onlangs hetzelfde pad in. Twee jaar op rij vertrekt een toprijder na amper één seizoen, terwijl zijn contract nog liep: dat roept onvermijdelijk vragen op. Dat niemand binnen de teamleiding van Kawasaki bereid lijkt die vragen te beantwoorden, is op minst opmerkelijk.

Het is moeilijk te begrijpen dat Dan Fahie, Bruce Stjernstrom en Dean Gibson nog steeds op hun post zitten. Vooral teammanager Fahie doet wenkbrauwen fronsen. Tijdens de persdag in Thunder Valley viel Sextons motor halverwege een sprong stil. Sexton liep bij de val een knieblessure op die hem de rest van het seizoen aan de kant hield.

Fahies publieke reactie op dat incident was bijzonder ongelukkig. Na analyse van de gegevens stelde hij dat er geen sprake was van een motorstoring. Volgens hem had Sexton tijdens de sprong de achterrem gebruikt, waardoor het achterwiel blokkeerde en de motor afsloeg.

Daar voegde hij sarcastisch aan toe: “Misschien hadden we hem moeten vertellen dat de motor afslaat als je remt.” Die opmerking kwam neerbuigend over. Ze getuigde niet alleen van een gebrek aan steun voor zijn eigen rijder, maar ook van een bedenkelijke manier om met een gevoelige situatie om te gaan, zeker gezien de voorgeschiedenis met Prado.

Fahie groeit voor Kawasaki stilaan uit tot een PR-probleem. Hij spreekt zelden met de media, en als hij dat wel doet, komt hij vaak defensief en confronterend over. Bovendien lijkt hij niet altijd ondubbelzinnig achter zijn eigen rijders te staan. Een problematische houding voor iemand die een fabrieksteam leidt dat niet alleen resultaten moet behalen, maar ook relaties met rijders, sponsors en media moet onderhouden.

Japan aan zet

De opeenvolgende problemen zouden voor de Japanse directie in elk geval aanleiding moeten zijn om de werking van het Amerikaanse fabrieksteam grondig onder de loep te nemen. Het is moeilijk te geloven dat het euvel zich beperkt tot de mensen op de werkvloer. De manier waarop een team wordt geleid, bepaalt immers in grote mate de cultuur die er heerst en de ruimte om fouten toe te geven en bij te sturen.

In januari kan Kawasaki niet zomaar in Anaheim verschijnen met dezelfde mensen aan het roer en verwachten dat de resultaten vanzelf volgen. Een cosmetische ingreep volstaat niet om het vertrouwen te herstellen. Dat zou ongeveer even doeltreffend zijn als de dekstoelen op de Titanic herschikken terwijl de ruimen vollopen.

Als organisatie lijkt Kawasaki bovendien achter te lopen op de rest van de paddock. Het team oogt vastgeroest in zijn eigen gewoonten en lijkt slechts oppervlakkig moeite te doen om flexibel over te komen. Van echte bereidheid om fundamenteel te veranderen valt weinig te merken. Een gevaarlijke positie in een sport waarin de concurrentie niet stilstaat en zowel de technische ontwikkeling als de professionele omkadering voortdurend evolueren.

Nog aantrekkelijk voor toppers?

Misschien wel het meest zorgwekkend is de vraag of Kawasaki nog voldoende aantrekkingskracht heeft op rijders van kampioenschapsniveau. Het merk beschikt over de middelen, de technische kennis en de geschiedenis om competitief te zijn. Zonder het vertrouwen van de rijders en een gezonde interne structuur wordt het echter erg moeilijk om opnieuw successen te boeken.

Wil Kawasaki het tij keren, dan zijn ingrijpende, structurele veranderingen onvermijdelijk. Niet alleen in de samenstelling van het team, maar ook in de manier waarop het geleid wordt en met rijders en media omgaat. Zonder echte koerswijziging dreigt Kawasaki in een vicieuze cirkel te belanden en steeds verder achterop te raken.

Om schrijfster Rita Mae Brown te citeren: “Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.” Ofwel: Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen en toch een ander resultaat verwachten. Die uitspraak lijkt op maat geschreven van Monster Energy Kawasaki.

Tekst: Olivier Goetstouwers
Foto’s: Octopi Media